telSpoed & crisis
Jeugdbescherming west

Van dichte deur tot volle geheugenkaart

#praktijkverhalen

Als je wat langer als jeugdbeschermer werkt, zijn er gezinnen die je al vanaf de start kent. Je komt al langere tijd over de vloer en maakt mooie en minder mooie momenten in hun leven mee. Je ziet de kinderen opgroeien en maakt op jouw manier ook deel uit van het gezin. Daarbij blijft natuurlijk altijd het doel dat mijn betrokkenheid als jeugdbeschermer niet langer meer nodig is. En als dat moment dan is aangekomen, vind ik het nog steeds moeilijk om na zo’n lang betrokkenheid te moeten gaan afronden.

Moeite met afscheid geldt ook in hele sterke mate voor een gezin dat bij mijn ‘beginnende’ caseload hoorde. Toen ik bij Jeugdbescherming west startte, stond de achternaam van dit gezin al met de nodige uitroeptekens op mijn beeldscherm te wachten. Het ging om een gezin met problematiek op verschillende gebieden waarbij heftige gebeurtenissen voor onveiligheid zorgden. De enorme cultuurkloof maakte het ook niet echt veel makkelijker. De problematiek werd niet erkend en op het toppunt van ‘onenigheid’ werd voor mij niet eens meer de deur opengedaan.

Van wantrouwen naar vertrouwen
Vaak heb ik geprobeerd het gezin te motiveren en hen uit te leggen dat ik er juist ben om te helpen. De voordeur ging echter steeds verder op slot, maar de veiligheid werd ook steeds verder bedreigd. Hoe help je een gezin dat een andere zienswijze heeft en letterlijk en figuurlijk een andere taal spreekt? Het antwoord op deze vraag leek een extreem dieptepunt te zijn. De moeder zag geen uitweg meer, maar had geen netwerk en stond met haar zoontje op straat. Op het moment dat een moeder de veiligheid van haar kind niet langer kan garanderen, kan dit tot moeilijke beslissingen leiden.

Met man en macht hebben we gewerkt om deze moeilijke beslissing te omzeilen. Deze moeder en haar zoon uit elkaar halen was géén optie. Ik ben nog steeds trots op de samenwerking, het out-of-the-box denken én de oplossing om moeder en zoon samen te kunnen laten zijn. Híér is de wisseling geweest; hier werd het echt anders. In deze korte periode maakte wantrouwen en verdriet plaats voor vertrouwen in de hulpverlening.

Geen woorden maar daden
In plaats van het uitspreken van alleen maar woorden, kon ik met daden laten zien dat ik meende wat ik zei. Dat ik er was om het gezin te ondersteunen en te helpen. De moeder draaide om als een blad aan een boom. Ze pakte alle hulpverlening aan, ging keihard aan de slag en betrok mij bij haar gezin alsof ik er deel van uitmaakte. Na drie jaar krijg ik nog steeds elke week een soort van update in de vorm foto’s. Ondertussen zit het fotoalbum op mijn werktelefoon vol met foto’s en filmpjes van het zoontje. Over het behalen van zijn zwemdiploma, de nieuwe hamster, de buit na een dagje shoppen, het uitje naar het strand of de speeltuin, foto’s van de eerste voetbaltraining en filmpjes waar ze mij een fijne kerst wensen.

Ik betrap mezelf erop dat ik deze allerlaatste afspraak wel drie keer heb verzet. Na het schrijven van deze blog kan ik niet meer ontkennen dat ik het afscheid gewoon aan het vermijden ben geweest. Dan is het zover en heb ik mijn laatste afspraak met dit gezin, zie ik hen voor het laatst én moet ik na dit gezellige uurtje afscheid gaan nemen. Het is bijna niet meer voor te stellen dat dit hetzelfde gezin is en dat ik nu op deze manier bij deze moeder op de bank zit.

Ze heeft mij niet meer nodig
Nu ik zo naar moeder en zoon kijk, en ik een hele sterke en warme band zie, voel ik me goed. De moeder maakt veilige keuzes, is stabiel en altijd beschikbaar voor haar kind. Ze is niet langer afhankelijk en regelt alles zelf. Ze heeft niemand meer op die manier nodig en mij al helemaal niet. Daarnaast gaat ze naar haar werk, volgt in de avonduren school en spreekt binnen recordtijd goed Nederlands. Het schrijven blijft lastig, maar hier kunnen we gelukkig samen heel hard om lachen. Daarbij heb ik haar eerlijk verteld dat ik enorm veel plezier haal uit het ontcijferen van haar whatsapp-berichten in fonetisch Nederlands.

Na mijn koffie en taart maak ik aanstalten om te gaan. Het zoontje geeft me een grote bos bloemen en klimt nog een keer bij mij op schoot. Hij leunt tegen mij aan als hij zachtjes zegt dat hij het zo jammer vindt dat ik moet gaan. Het lukt me om het afscheid naar iets positiefs om te buigen, want wanneer ik ga betekent dat juist iets heel erg goeds. De moeder bedankt me voor mijn hulp. Al blijf ik naar haar benoemen dat zij dit écht zelf heeft gedaan.

Tegenstrijdige gevoelens
Onderweg terug naar kantoor heb ik enorm tegenstrijdige gevoelens. Ik voel me heel blij, maar verdrietig tegelijkertijd. Ik kijk naar de grote bos bloemen op de bijrijdersstoel. Gelukkig hebben we de foto’s nog…

Marjolein, jeugdbeschermer

Foto: Jeugdbescherming west

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Archief

Tags