telSpoed & crisis
jeugdzorg

Zorgen om niets? | Crisis Interventie Team

#crisis interventie team

Rond 22.00 uur middenin een gesprek op het politiebureau waarbij we een veiligheidsinschatting aan het maken zijn, komen er vanuit de meldkamer tegelijkertijd nog twee telefoontjes binnen. Allebei over twee verschillende vijftienjarige meisjes. De één is weggelopen naar een vriendin omdat zij zich niet meer veilig voelde thuis vanwege een grote ruzie tussen haar vader en moeder. Ze vraagt hoe het nu vannacht verder moet. De andere melding is vanuit Veilig Thuis. Zij zijn gebeld door een de Kindertelefoon. Er is daar een meisje dat aangeeft dat zij binnenkort, en mogelijk deze avond al, zichzelf van het leven te willen beroven.

Mijn collega en ik maken de inschatting dat het eerste weggelopen meisje voor dat moment voldoende veilig is bij haar vriendinnetje thuis. We moeten eerst contact hebben met het meisje dat gezegd heeft suïcide te gaan plegen.

Grote zorgen

De Kindertelefoon heeft met het meisje afgesproken dat zij teruggebeld zal worden door een medewerker van Veilig Thuis. Deze medewerker heeft een lang en goed gesprek met het meisje, waarna de medewerker van Veilig Thuis zich vervolgens grote zorgen maakt over de toestand van het meisje. Ze komt angstig, teruggetrokken en timide over en zij heeft concrete plannen om zichzelf iets aan te doen. Ze wil te veel medicatie innemen en ze zegt dat zij dat misschien vanavond al wil gaan doen. Alle alarmbellen gaan rinkelen!

Crisis Interventie Team rukt uit

In de regio Haaglanden is het Crisis Interventie Team (CIT) in de nacht en in de weekenden de vooruitgeschoven post voor Veilig Thuis die in acute situaties erop uittrekt om actief de veiligheid in te schatten en zo nodig actie te ondernemen om deze te waarborgen. Zo ook vanavond. De Veilig Thuis-medewerker draagt, met instemming van het meisje, de zaak aan ons over en vraagt ons om verdere actie te ondernemen.
We bellen het meisje op en aan de andere kant van de lijn is een zeer timide stem te horen. We spreken met haar en onze zorgen worden met de minuut groter. Samen besluiten we dat we er snel zo snel als mogelijk zullen aankomen. We zijn al in de stad en met tien minuten kunnen we bij haar zijn. Inmiddels hebben we het meisje zover gekregen dat zij direct haar moeder of vader gaat informeren terwijl wij aan de lijn blijven. Eerst wil ze dat niet, maar uiteindelijk krijgen we toch haar moeder aan de lijn. Hierna ontvouwt zich een bijzondere situatie.

Niet onder de indruk

De moeder lijkt namelijk helemaal niet onder de indruk te zijn van de suïcidale uitspraken van haar dochter. Ze vindt het eigenlijk allemaal maar raar en een beetje overtrokken dat wij bellen en vindt een bezoek van ons niet nodig. Daarnaast slaapt haar man al en als hij wakker wordt dan heeft hij soms wel een kort lontje. Omdat het meisje eerder in het gesprek ook iets heeft gezegd dat zij thuis ook geslagen wordt, maken wij ons hierna nog meer zorgen. Na enige overredingskracht mogen we toch langs komen. De moeder zegt iets in de trend van ‘Ik kom zeker niet onder een huisbezoek uit?’ Inderdaad bij zulke grote en acute zorgen zetten we door en proberen we alles op alles te zetten om de veiligheid van kinderen zoveel als mogelijk te waarborgen. We checken bij moeder ook of we het juiste adres hebben en zeggen dat we er zo zijn.

Geen enkel teken van leven…

Ongeveer tien minuten later staan we voor een donkere woning. We bellen aan, maar er wordt niet open gedaan. We bellen, sms-en naar het meisje, maar krijgen geen gehoor en er komt geen reactie. De telefoon staat uit. Wat we ook doen, we krijgen geen contact meer en er wordt niet open gedaan. Geen enkel teken van leven meer. Dat doet wat met je als hulpverlener? Allerlei gedachten en scenario’s spoken er door je hoofd. Het zou toch niet waar zijn dat…

Het voelt echt niet goed en daarom bellen we wat later in de nacht toch ook maar met de politie om te zien of zij zorgsignalen over dit adres hebben. Zij geven ons aan dat er op het bewuste adres niemand staat ingeschreven en al helemaal niet iemand met de naam van dat meisje en haar geboortedatum.

Waren we wellicht te laat?

Wat overblijft is een rotgevoel en toch ook de angst dat we misschien wel te laat waren of de situatie niet goed hebben ingeschat. Terugkijkend is dat het waar we het mee moeten doen. Uiteindelijk weten we niet wat er daadwerkelijk gebeurd is. Misschien heeft moeder de telefoon afgenomen en wil zij geen betrokkenheid vanuit Veilig Thuis en het CIT. Dit zou betekenen dat een meisje dat al in de knoop zat met haar emoties nu per direct misschien nog wel meer in de knel is gekomen en nog meer onveiligheid heeft ervaren. Het is heel zorgelijk en dat hebben we als hulpverleners ook zo die nacht gevoeld.

Of toch een foute ‘prank’?

Waar het nu echter steeds meer op begint te lijken is dat we slachtoffer zijn van een foute ‘prank’ en bestaat het meisje niet, maar vond zij het samen met een vriendin, gewoon leuk om de kindertelefoon, Veilig Thuis en het CIT in de maling te nemen. Oké de prank is aardig gelukt, maar doe dit de volgende keer maar niet meer denk ik dan…

Wat in ieder geval duidelijk is dat het hoe dan ook slecht was: óf een slechte grap óf een slechte opvoedsituatie. Voor ons leverde het in ieder geval een hele slechte nachtrust op.

Dirk, maatschappelijk werker Crisis Interventie Team

Foto: Pixabay


Lees ook onder andere verhalen op de website

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Archief

Tags