telSpoed & crisis
jeugdbescherming

De haalbare eindsituatie

#praktijkverhalen

Soms kom je als jeugdbeschermer in een gezin waarin je de regie niet hoeft over te nemen, maar mag aanvullen, adviseren en er soms gewoon alleen hoeft te ‘zijn’. Het lukt de ouders dan gewoonweg niet meer hun kind die zorg te bieden die het nodig heeft omdat het zo complex is dat zelfs de specialisten het soms niet meer weten. Zo kwam ik op een dag naar aanleiding van een spoedmaatregel in het gezin van Paul en Leonie. Ouders van een mooie en intelligente dochter genaamd Charlotte. Al ziet Charlotte dat zelf helemaal niet zo.

Charlotte draait al jaren mee in iets wat we tegenwoordig ‘de carroussel van de jeugdzorg’ noemen. Opname in, opname uit. Gezinstherapie hier, dagbehandeling daar. Paul en Leonie zijn de tel kwijt van het aantal systeemtherapeuten die hen hebben geprobeerd te helpen. Maar Charlottes trauma’s nemen het over van de werkelijkheid. Haar zelfbeeld is beneden een dieptepunt wat resulteert in een eetstoornis, automutilatie, PTSS en een verstoorde persoonsontwikkeling. De ouders zijn overbelast geraakt in de zoektocht naar de juiste zorg voor hun kind.

Niet op volle kracht vooruit

Gaandeweg het traject blijkt wel dat dit niet een gewone ondertoezichtstelling is. Ik krijg deze keer de kans om ouders te begeleiden, te coachen en aan te vullen. We overleggen met elkaar en ik vang ze op wanneer instanties dreigen te falen in deze complexe materie. Hoe kunnen de instanties falen, vraag je je misschien af. Er is geen enkele plek in Nederland die alle aspecten van Charlotte kan behandelen. Zowel het lichamelijke als het geestelijke stuk. Zo varen er meerdere kapiteins op één schip en daarmee gaan we niet altijd op volle kracht vooruit.

De geestelijke behandeling zegt ‘eigen regie, zelf keuzes maken in het leven’. Het lichamelijke plan zegt ‘overnemen en ingrijpen’. En Charlotte? Charlotte schreeuwt om rust. Het wordt pijnlijk duidelijk wanneer ik ’s ochtends vroeg een mail op mijn telefoon zie waar ik lees dat Charlotte zoveel medicijnen heeft genomen dat ik die week vragen moet beantwoorden of een meisje van haar leeftijd met een hoog-suïcide-risico ethisch gezien voor een lever in aanmerking komt. Zoals ik al schreef, het is geen gewone ondertoezichtstelling.

Praten over de dood

En zo wil het dat Charlotte mij op een dag een berichtje stuurt. Ze woont inmiddels thuis waar haar ouders haar kunnen verzorgen en overspoelen met de liefde die zij af en toe binnen moesten houden omdat het bezoekuur het niet toeliet. Mijn hart breekt bij het openen van het berichtje. Charlotte zou graag met mij praten over de dood.

Aan het begin van een ondertoezichtstelling worden er doelen gesteld. Als dat kan in samenspraak met het gezin. Als dat lukt nadat de eerste emoties van een ingrijpende maatregel geweken zijn. In een zogeheten gezinsplan schrijf je als jeugdbeschermer van alles op. De aanleiding, de zorgen en de krachten, de gezinspatronen, de doelen en tot slot ook de haalbare eindsituatie. Theoretisch gezien is de haalbare eindsituatie het moment dat het gezin verder kan zonder de jeugdbescherming. In deze eindsituatie verwerk je in feite de aanleiding dat er ooit een maatregel moest komen.

Het eerste jaar ging ik bij Charlotte hoopvol te werk. Mijn haalbare eindsituatie besloeg een aantal zinnen met mooie woorden over het afronden van behandeling en ook dat de problematiek tot aanvaardbaar niveau gedaald zou zijn. De veiligheidscijfers die je in het systeem geeft, varieerden dertig maanden lang tussen 1 (suïcidepogingen) en 5 (‘ik wil wel leven maar ik weet nog niet hoe’). Soms kwam er een 6, als haar talenten weer boven kwamen drijven en ze zich daarop kon focussen. Er is zelfs een periode geweest dat Charlotte besloot te kiezen voor het leven, verkering kreeg en ook eens een keer alcohol wilde proberen.

Teveel gewild

Meerdere jongeren die ik begeleid worden achttien in 2020. Zo ook Charlotte. De laatste maanden maken we een achttien-plus-plan. Dertig maanden heb ik vier dagen per week ‘s ochtends mijn telefoon gepakt met af en toe de harde realiteit dat Charlotte haar achttiende jaar niet wilde halen.

Drie maanden voor Charlotte achttien wordt, pas ik de haalbare eindsituatie in het plan aan. Ik haal één voor één zinnen weg. Ik denk dat ik teveel heb gewild. In plaats daarvan schrijf ik wat ik graag zou willen voor Charlotte, wat ik haar zou gunnen. Charlotte wil leven.

Christel, jeugdbeschermer

Natuurlijk zijn in verband met de privacy andere namen gebruikt in dit praktijkverhaal | Foto: Jeugdbescherming west


Lees ook onze andere verhalen op onze website.

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags