telSpoed & crisis
jeugdbescherming

Een jeugdbeschermer in coronatijd – deel 2

#praktijkverhalen

Wij krijgen de instructies om geen handen meer te geven en goed onze handen te wassen. Eerst wordt er wat lacherig over gedaan en maken we met de cliënten en hun ouders grappen over de elleboog- en voetgroet. Maar al snel verandert er veel in ons land. Binnen no time werken we zoveel als mogelijk vanuit huis en zijn we opgedeeld in verschillende poules. Ook privé mogen we geen contact meer met elkaar hebben als we niet in dezelfde poule zitten. Afspraken worden massaal afgezegd en de kinderen komen thuis te zitten.

De eerste week lijkt dit nog leuk. Maar als jeugdbeschermers, die de problematiek binnen onze gezinnen goed kennen, weten we dat deze maatregelen voor de volksgezondheid het beste zijn, maar juist voor de gezinnen binnen de jeugdbescherming funest kunnen zijn. Kinderen die nog thuiswonen kunnen niet meer naar school, sport of vriendjes. Iets wat ze vaak hard nodig hebben om even los te komen van de spanningen thuis. De meeste gezinnen zijn klein behuisd en kunnen met dit mooie weer niet zo veel kanten op en zitten 24 uur per dag op elkaars lip.

Veel valt weg

Waar voor de coronatijd de hulpverleners nog meerdere uren in de gezinnen aanwezig waren of de kinderen en hun ouders behandeling kregen voor hun problematiek of verslaving, is daar nu vrijwel niets meer aan hulp en behandeling. De voedselbanken gaan ook nog eens dicht. Voor veel van onze gezinnen is dat een probleem omdat zij daar afhankelijk van zijn. Bezoekregelingen tussen ouders en kinderen kunnen maar sporadisch doorgang vinden en jongeren binnen de gesloten instellingen kunnen niet op verlof en geen of weinig bezoek ontvangen.

Kortom; de gezinnen zijn volledig op zichzelf aangewezen. Dit zorgt voor extra zorgen, angst en spanningen. Dagelijkse routines veranderen, ouders moeten hun kind les gaan geven en vermaken en dat alles zonder hulp. Onze zorgen voor een sterke toename van huiselijk geweld wordt gelukkig gedeeld. Maar wat kunnen wij er nu aan doen?

Heftige gesprekken via beeldbellen

Wij kunnen ook niet meer zomaar langs bij onze gezinnen. Ineens zijn we gebonden aan onze laptop en telefoon. Beeldbellen biedt uitkomst, maar het is lang niet zo fijn als fysiek met iemand in gesprek te zijn. Ik merk dat ouders en jongeren mij opzoeken. Ze bellen soms voor een kletspraatje en willen niet zomaar ophangen. Ik vind dat heel fijn. Het laat zien dat je een goede samenwerkingsrelatie en vertrouwen hebt opgebouwd; dat mensen je steun waarderen.

Maar er vinden ook heftige gesprekken plaats via beeldbellen. Heftige bekendmakingen van gebeurtenissen uit het verleden die nu bovenkomen en waar nu over gesproken moet worden, maar waar je als vertrouwenspersoon niet langs kan gaan omdat je zelf klachten hebt. De optie om een voor het gezin onbekende collega (zonder gezondheidsklachten) langs te sturen, wordt niet geaccepteerd en dat begrijp ik. Dus blijft er als enige optie over om deze heftige boodschap te uiten via beeldbellen. En ik kan je vertellen, dat is echt niet prettig.

Thuis is anders dan kantoor

De crisissen die ontstaan in gezinnen lopen op en de casussen die binnenkomen bij de jeugdbescherming ook. Gedreven gaan we op pad, mits je geen klachten hebt natuurlijk. We proberen de crisissen zo goed mogelijk op te lossen en de nieuwe zaken zo goed mogelijk op te pakken. Maar het is lastig. Zeker als je met gevaar voor je eigen gezondheid op pad gaat naar een gezin omdat er coronaklachten zijn. Gelukkig worden er vanuit de stichting ook voor ons beschermingsmiddelen geregeld. En tot die er zijn, zullen we het zonder moeten doen.

Het vraagt veel van ons als jeugdbeschermers om het werk te blijven doen waar we voor staan. Zeker met eigen kinderen thuis, die tijdens de gesprekken met cliënten nog onderwijs moeten krijgen. Maar wat ik toch ook zo ontzettend mis in deze coronacrisis, zijn mijn collega’s. Wat is het fijn om op kantoor altijd korte lijnen met elkaar te hebben, even je verhaal kwijt te kunnen als je iets heftigs hebt meegemaakt, met elkaar te sparren over de te nemen stappen in moeilijke situaties, te kletsen bij het koffieautomaat en humor en lol met elkaar te delen.

Collega’s zet ‘m op!

Dus lieve collega’s: zet hem op! Hopelijk zien we elkaar straks allemaal weer in real life en kunnen we onze cliënten en hun ouders weer helpen op de manier waarop we dat zo goed kunnen!

Mirjam, jeugdbeschermer

Foto: Jeugdbescherming west (de vrouw en het meisje op de foto hebben geen enkele relatie met dit verhaal)


Lees ook ‘Een jeugdbeschermer in coronatijd – deel 1

Lees ook onze andere praktijkverhalen op de website

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags