telSpoed & crisis
crisis

Een meisje van zeventien | Crisis Interventie Team

#crisis interventie team

Het is zaterdagavond
Ik rijd met een collega net van een zaak weg
Het is 22.30 uur en eigenlijk zijn we best moe
De zaak waar we mee bezig waren was kort, maar wel heftig
Voor het hele gezin daar
Op de snelweg belt onze meldkamer weer
De politie zit onder onder de knop
Of ik gelijk wil overnemen
Want ze staan op een adres waar grote zorgen zijn
Mijn collega draait de eerste afslag van de snelweg af
Terwijl ik de politie te woord sta
We parkeren bij een benzinepomp
Zodat mijn collega snel in systeem kan kijken of het gezin bij ons bekend is
Het gaat om een meisje van zeventien
Er zijn flinke ruzies thuis
Vandaag is het uit de hand gelopen en zij moet daar weg
Ze heeft haar ouders aangevallen en andersom zijn er ook klappen gevallen
De politie blijft in de woning totdat we er zijn

Daar aangekomen, doet moeder de deur open
Je ziet de wanhoop, boosheid en machteloosheid in haar ogen
Vader loopt heen en weer in de woonkamer
Onrustig, verdrietig en woest
Ze uiten zich zeer negatief over hun dochter
Dit maakt indruk op ons
Wat een woede en onmacht
Maar ook frustratie over de hulpverlening
De wachtlijsten
Ze schreeuwen al zo lang om hulp
De politie is boven
We luisteren naar de ouders en stellen vragen
We leggen uit wat wij voor de avond en de rest van het weekend kunnen doen
Duidelijk is wel dat de grens bereikt is
Ze moet weg

Mijn collega blijft beneden
Ik ga naar boven
Ik krijg een korte overdracht van de politie
En zij gaan naar beneden
Het meisje zit in haar bed
Het dekbed over haar heen getrokken
Ze heeft krassen op haar armen
En kleding kapot getrokken
Er is duidelijk ellende geweest
‘Zo, wat een toestand zeg’
Ze kijkt me aan, speurt mijn gezicht af
Ze is duidelijk aan het bekijken wat ze aan me heeft
Ik benoem dat: ‘Bevalt het wat je ziet?’
Ze kijkt wat nors, maar ik zie een opening
Want ik speur ook haar gezicht af
En haar houding, om een inschatting te maken
Ze zegt: ‘De kleur van je jas is stom’
Ik schiet in de lach
Daar is de opening
Ik hoor haar kant van het verhaal en wat zij nu wil
Het is tegenovergesteld van wat haar ouders willen
Met ouders en haar komen we in een patstelling
Haar ouders willen dat ze gesloten gaat
Maar daar is nu echt geen indicatie voor
Zij wil wel weg, maar op haar eigen voorwaarden
Die haar ouders stuk voor stuk niet goedkeuren
En waar wij ook onze twijfels bij hebben
Het meisje wil pertinent niet naar een opvang die wij kunnen regelen

De spanning loopt weer op
Geschreeuw, onrust
De vader wordt boos en onrustig
Hij gaat buiten bellen
Wij gaan in overleg met de politie
En met elkaar
We besluiten om het meisje mee te nemen naar het politiebureau
Maar moet eerst nog goedgekeurd worden door het bureau
Nu maar hopen dat het meisje meewerkt
Want de politie kan en mag niet ‘forceren’ nu
Ze zit op de trap
Te schreeuwen naar haar ouders en ook andersom gebeurt dat ook
Ze weet wat we willen
Ze probeert nog wat
Totdat ik zeg: ‘Hup, we gaan naar boven en ik help je inpakken
Of je moet willen dat mijn collega helpt, maar hij heeft geen verstand van make-up’
Ze is geïrriteerd, maar loopt wel mee

De politie blijft onderaan de trap staan
Voor de zekerheid
Ik zie roze sloffen staan met een figuurtje erop
En zeg tegen haar: ‘Wacht even’
Ik roep naar mijn mannelijke collega: ‘Joh, deze sloffen heb jij ook man’
En laat de sloffen zien
Ze lacht en ze noemt me een achterlijke gek
Weer die opening
Ze gaat rustig mee, gelukkig kan ze met ons mee in de auto
Op het bureau komt ze zelf met weer een plan
In de rust, op neutraal terrein zonder de strijd te voelen
Met goeie argumenten
Ik bel haar moeder op
En adviseer haar ietwat dringend om hiermee akkoord te gaan
Moeder moet overleggen met haar man
En met de mensen waar haar dochter naar toe wil
Het mag
Wij gaan haar brengen

Eenmaal in de auto valt haar masker een beetje af
Haar norse afstandelijk gespannen houding valt weg
Ze zegt dat het goed was dat we haar meenamen
Anders was het weer fout gegaan
Aangekomen op het adres doen twee hartelijke mensen de deur open
Geven haar een knuffel
Op de bank zien we plotseling een meisje van zeventien
Onzeker, verdrietig, moe, maar ook ontspannen
Ze zit hier wel even goed
We bellen moeder op de terugweg
Ze moet huilen, als het laatste benoemd wordt
En er lijkt weer wat gezonde vechtlust te komen voor haar dochter
Maar eerst even rust
Voor iedereen

We rijden naar mijn huis
Over dezelfde snelweg
Waarna mijn collega mij afzet
De telefoon blijft gelukkig stil

Nicole Janssen,
Crisis Interventie Team (CIT) Haaglanden
Jeugdbescherming west

Foto: Pixabay

Lees ook onze andere verhalen op onze website.

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags