telSpoed & crisis

Bedreigd worden: Gaat dat ooit uit je systeem?

#praktijkverhalen

‘Woon je hier alleen?’, vraagt de agent die in mijn woonkamer staat. Wanneer ik knik, geeft hij droog aan dat dat de boel allemaal niet persé makkelijker maakt. Samen met een collega inspecteert hij rustig mijn woning en nemen ze met mij een aantal veiligheidsmaatregelen door. Ik mag de komende tijd niet alleen over straat , ik kan beter niet in mijn eigen auto naar het werk komen en wanneer ik ook maar een beetje het idee heb dat er iets in mijn privé-omgeving afwijkt van het normale, moet ik direct aan de bel trekken. Mijn familie moet worden ingelicht dat wanneer ze over mij worden gebeld of er naar mij wordt gevraagd, hoe betrouwbaar deze persoon ook lijkt, ze niks moeten zeggen en direct de politie moeten waarschuwen. Ik krijg tips over hoe ik onder druk toch oog kan houden voor details die ik me dan later kan herinneren. Geadviseerd wordt een aantal mensen in mijn directe omgeving te laten weten wat er speelt en met name buitenshuis in de buurt te blijven van deze personen. Een welgemeend ’Wel bellen hè? Liever een keer te veel dan…nou ja, je weet het hè?’ bij het afscheid. Als de agenten weg zijn, plof ik op de bank. Geen angst, maar een soort hyperfocus neemt het over.

Bedreigd

Een paar uur voor deze situatie riep mijn leidinggevende mij bij zich. ’Laten we vooral rustig blijven, maar ik werd net gebeld door de gevangenis waar meneer Schilder verblijft. Het is mis.’ Meneer Schilder en ik kenden elkaar zo’n half jaar. Ik was de jeugdbeschermer van zijn zoontje Jayden van twee. De zorgen waren groot. Noem een willekeurige problematische situatie en in het gezin speelde het. Op een gegeven moment was meneer Schilder verdwenen. Hij zat vast bleek later. Maar de zorgen om Jayden bleven en op een gegeven moment konden wij niet anders dan het jongetje naar een veilige omgeving brengen. Dat zinde meneer Schilder niet.

Heftige emoties zijn in dit soort situaties heel begrijpelijk, maar meneer Schilder begon direct heel dreigend en persoonlijk te worden in de telefoongesprekken met mij. En nu dus dat telefoontje vanuit diezelfde gevangenis met informatie over mij voor mijn leidinggevende. Veel mochten en konden ze niet zeggen, maar de persoon aan de lijn gaf aan dat ze zich ernstig zorgen maakten om mijn veiligheid. De politie was ook op de hoogte gebracht. Zij zouden snel contact opnemen om een plan te maken. En zo geschiedde.

Extra alert

Een maand of drie was het nodig om extra alert te zijn. Het gekke is, dat ook bij hevige dreiging, de wereld natuurlijk gewoon doordraait. En dus deed ik dat ook. Ik bleef gewoon werken en deed mijn dingen. Ik ging zelfs eerder meer de deur uit dan minder, ik werd een beetje opstandig. Ik weigerde om mijn leven door angst te laten beheersen en wilde niet wachten op wat mogelijk zou gaan gebeuren. Ik keek wel vaak om mij heen en overwoog zorgvuldiger wat ik met wie ging doen, maar dacht ook: kom maar op dan!

Pas veel later realiseerde ik me dat ik me zo ontzettend kwetsbaar voelde door die altijd aanwezige dreiging, dat ik een soort van tegenreactie gaf in de hoop dat die kwetsbaarheid en machteloosheid zou afnemen. Natuurlijk putte het me uiteindelijk uit, want echt goed slapen deed ik niet. Op een gegeven moment was even gas terugnemen en praten met een expert noodzakelijk. Ik ging in de gesprekken heel intens de confrontatie aan met mijn angst en dat gaf mij rust. Alsof ik me voorbereidde op het erge dat mogelijk kon gaan komen. Toen ik een keer uit ons kantoor stapte, reed meneer Schilder in de auto voorbij, opende zijn raam en maakte een snijbeweging langs zijn keel. De agent die ik direct belde vroeg: ’Kenteken? Merk auto? Type? Wat voor kleren heeft hij aan?’ Stilte. ‘De auto was zwart!’ , wist ik te recapituleren. ‘Goh…,’ was de reactie van de agent. Samen barstten we in lachen uit. Maar er was niks om te lachen, alleen de situatie was zo absurd dat ik niks anders kon dan heel hard lachen. Natuurlijk was die vijf minuten praten over hoe je het beste details kan herinneren in een stressvolle situatie niet voldoende geweest om me op dat moment daadwerkelijk iets waardevols te herinneren.

Rust

Uiteindelijk nam door een combinatie van factoren de dreiging richting mij persoonlijk af. En omdat ik door de ontstane situatie de zaak niet meer draaide, keerde de rust weer terug. Maar vertrouwen krijgen in dat het echt veilig was, moest groeien. Gelukkig had ik een geweldig team collega’s waar ik mee werkte die om me heen gingen staan wanneer het nodig was, maar me ook wezen op mijn kracht en mogelijkheden. Hierdoor werd het langzaamaan weer normaal.

Controle

Meneer Schilder was nog steeds cliënt. In het begin zorgde ik dat ik hem niet hoefde tegen te komen. Maar op een gegeven moment kon ik zelfs ook dat verdragen en gaf het mij een gevoel van controle te hebben om hem zonder angst te kunnen begroeten. Inmiddels is het ruim tien jaar geleden en lijkt het meer iets wat een ander is overkomen dan mijzelf.

Thuiskomen in het donker

Maar toch. Ik weet niet of ik, wanneer ik thuiskom in het donker, mijn maniertje van de voordeur openmaken, naar binnen stappen en de deur dichtgooien binnen een microseconde, ooit ga afleren. Of dat het me gaat lukken om de deur open te doen voor een collecte zonder niet even een splitsecond aan meneer Schilder te denken. En wat zou het fijn zijn als ik niet schrik wanneer mensen te dicht achter op me lopen. Deze handelingen zitten diep verankerd in mijn systeem. Meneer Schilder kan niet anders dan zijn verdriet en onmacht omzetten in geweld. Hij heeft nooit anders gedaan. Zal nooit anders doen. Dat zit dan weer diep verankerd in zijn systeem.

Katja – jeugdbeschermer

Natuurlijk is er in verband met de privacy een andere naam gebruikt in dit praktijkverhaal – Foto: Pixabay


Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags