telSpoed & crisis
jongetje geholpen door crisis interventieteam

Het jongetje in de kofferbak | Crisis Interventie Team

#crisis interventie team

Het is half drie in de morgen. Na twee keer eerder op stap te zijn geweest in de avond en vroege nacht, lig ik net op bed als de politie opnieuw belt. Voor de derde keer die avond moeten we aan de slag. Al snel wordt duidelijk dat we ook weer op stap mogen. Het gaat om een klein kindje dat slapend gevonden is in de kofferbak van een brommerauto bij twee dronken mensen, midden in de nacht.

Met enige terughoudendheid bel ik mijn collega weer uit bed en even later stappen we in onze auto’s. Zo’n drie kwartier later zijn we op het politiebureau en treffen we een klein en beetje vies, maar zeer wakker en gezellig jongetje aan. Met twee verschillende schoenen aan, waarvan er een te klein en kapot is. Het jongetje zit lekker te kletsen met de agent die zich over hem had ontfermd. Hij heeft een klein chocoladesnorretje en is erg nieuwsgierig naar wie wij zijn en praat en vraagt honderduit. Opvallend is dat hij totaal niet bezorgd lijkt dat zijn moeder niet in de buurt is.

‘Ik ben toch een goede moeder’

Samen met een van de agenten proberen we met ouders het gesprek aan te gaan, maar dat blijkt al snel onmogelijk. De ouders zijn zo dronken dat er werkelijk niets zinnigs uit hen komt en er valt al helemaal niet na te denken over hoe hun zoontje die avond verder veilig is. Moeder is alleen maar verdrietig en huilt aan een stuk en geeft aan dat het allemaal niet eerlijk is: ‘Ik ben toch echt een goede moeder.’ Vader is alleen maar erg boos. Het lukt niet om uit de ouders namen of adressen te krijgen van mensen uit hun netwerk die vanavond het jongetje kunnen opvangen. Daar zit je dan midden in de nacht met zo’n klein wezentje op het politiebureau… Wat is wijsheid?

We besluiten om de Raad voor de Kinderbescherming te bellen voor overleg. Samen komen we tot de conclusie dat er die avond snel een plekje voor het jongetje gevonden moet worden en dat dát niet bij de ouders kan zijn. Ouders hebben een zo’n hoog alcoholpromillage in hun bloed dat wij vinden dat de ouders niet in staat zijn om goede keuzes voor hun zoontje te kunnen maken. Iemand anders zal dat moeten doen. De raadsmedewerker verzoekt daarom aan de kinderrechter een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing zodat wij dat mogen doen.

‘Hoe laat ben je er?’

Terwijl de raadsmedewerker belt met de kinderrechter, bellen wij om vier uur in de morgen een van onze crisispleeggezinnen uit bed. ‘Hebben jullie plek? Zijn jullie bereid om weer een kindje op te vangen?’ Het is altijd weer bijzonder als je dan aan de andere kant van de lijn een wakkere en opgewekte stem hoort zeggen:  ’Jahoor, natuurlijk. Hoe laat ben je er?’ Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is…

Het duurt niet lang voor de kinderrechter tot een beslissing komt. We kunnen gaan plaatsen en het jongetje eindelijk een slaapplekje gaan bezorgen. Mijn collega belt een taxi en neemt met een smoesje het jongetje alvast mee naar een andere kamer. We moeten namelijk nog aan de ouders de beslissing van de kinderrechter meedelen. De verwachting is dat het uit de hand kan lopen en we willen niet dat hij daar getuige van is.

Vader wordt ontzettend boos

Wat we verwachten, gebeurt ook. Vader wordt ontzettend boos op moeder, op mij en op de politie. Na door de politie meerdere keren tot kalmte gemaand te zijn, loopt hij boos het politiebureau uit en keert te voet huiswaarts. Hun autootje blijft bij de politie achter. Moeder hobbelt er wat ongemakkelijk en verdrietig  achteraan en weet niet goed wat ze moet. Hoe het deze avond verder gaat met hun zoontje is voor hen geen vraag meer. Er is alleen maar boosheid naar elkaar.

Het jongetje zit ondertussen bij mijn collega op schoot en vertelt hem onophoudelijk dat hij hem heel erg lief vindt en geeft hem kusjes. Dit houdt mijn collega af en we maken ons steeds meer zorgen over het bijzondere gedrag dat we zien. Geen enkele afstandelijkheid, geen eenkennigheid en geen angst of vragen waar mama of papa nu is. Dit is niet goed.

Blik van verstandhouding

Na een taxirit van dertig kilometer wordt het jongetje heel hartelijk door de pleegmoeder ontvangen. Wij ook. Als wij van de pleegmoeder een bakje koffie en thee krijgen, is het inmiddels licht en begint voor veel anderen de werkdag al weer. Het jongetje gaat ondertussen vrolijk zijn gang met het aanwezige speelgoed en toont ook bij de pleegmoeder geen enkele reserve of angst. We wisselen een blik van verstandhouding met de pleegmoeder en delen zonder iets te hoeven zeggen onze zorgen.

Na een kort afscheid gaan we terug naar ons kantoor. Want ook nu moet er verslag geschreven worden voor de Raad voor de Kinderbescherming en later die dag voor de kinderrechter, die beslist hoe het verder moet. Als om half negen de collega’s van de dagdienst het van ons overnemen, kunnen we naar huis en naar bed.

Een fijn en warm plekje

Moe, maar blij met al die mooie mensen die deze nacht van uit hun rol van agent, raadsmedewerker, rechter en pleegouder hun nachtrust hebben opgegeven om voor dit jongetje een veilig en warm plekje te regelen, ga ik naar bed. Een werkdag van zesentwintig uur zit erop. De laatste gedachten zijn voor het jongetje… Hoe zou het nu zijn met hem? Hoe moet het nou toch verder? Gelukkig weet ik dat hij voor deze dag veilig en goed zit. Met die gedachte val ik in slaap.

Dirk, maatschappelijk werker, Crisis Interventie Team

Foto: Pixabay

Lees ook onze andere praktijkverhalen op onze website

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Archief

Tags