telSpoed & crisis
wezen

Je moet er gewoon wezen!

#praktijkverhalen

Als startende jeugdbeschermer komt er een hoop op je af. Zo ook bij mij. Tot de tanden toe gewapend met enthousiasme, idealen en motivatie verzette ik bergen werk en struikelde ik me een weg door het ingewikkelde jeugdzorgveld. En daarbij keek ik op tegen ervaren collega’s die ogenschijnlijk met zoveel gemak die volle caseload draaiden.

In één van mijn eerste zaken was zo’n ervaren collega zijdelings betrokken. Hij was de voogd van twee kinderen die niet meer thuis woonden. Nu was er een baby geboren bij deze moeder en haar nieuwe partner. Hij vond dat moeder en partner een kans verdienden samen met de baby. Daarbij wilde hij dat een frisse jeugdbeschermer die kans zou geven aan deze ouders. Zelf had hij teveel narigheid gezien bij deze moeder om niet zonder vrees naar de situatie te kunnen kijken. Ik was onder de indruk van zoveel zelfreflectie. Maar, kreeg ik wel te horen, verpest het niet wil je! Altijd fijn wanneer collega’s hun vertrouwen naar je uitspreken…

Het leek goed te gaan…

Er ging een jaar voorbij waarin het leek alsof moeder (vader zat inmiddels vast) het met de door mij ingezette hulp ging redden. Ik had mijn terechte zorgen, maar het leek goed genoeg. Groot was mijn schrik dan ook toen bleek dat het verre van goed ging. Er waren ernstige zaken gebeurd. Ik greep direct in en bracht het jongetje in veiligheid, maar ik voelde me vreselijk. Ik twijfelde of die ervaren collega wellicht zaken anders gedaan zou hebben en had het gevoel dat ik faalde.

Je moet er wézen

Kort daarna zat hij klaar met een kop koffie. Hij luisterde. Hij zei me dat hij me zo dapper had gevonden, omdat ik moeder een kans had gegeven. Hij legde me uit dat ik als jeugdbeschermer moest leren omgaan met ingecalculeerde veiligheidsrisico’s. Dat ik anders gek zou worden en ieder kind onder mijn arm mee zou nemen. Dat ik het niet door had kúnnen hebben. Maar hij zei ook: ’Nu komt het er op aan, nu kan je laten zien dat je oké bent. Je kunt wel tegen dit kind zeggen dat je er bent, maar je moet er wézen!’

Er echt alleen maar wézen

Er echt wézen, dat probeerde ik te doen. Ik loodste het jongetje door moeilijke situaties heen, maar het voelde nooit moeilijk. Ik voelde dat ik er voor hem aan het wezen was, en dat voelt sowieso goed. Het leven van dit kind verliep niet op rolletjes. Hij had erg veel last van de problemen waar zijn ouders steeds weer in terecht kwamen en ondanks dat hij niet bij hen opgroeide, had dit z’n weerslag op zijn ontwikkeling. Ook in zijn pleeggezin was er reden voor verdriet, dat hoort helaas nou eenmaal bij het leven. ‘Heb ik nog niet genoeg meegemaakt?’ snikte hij een keertje, toen ik vroeg hoe het ging. Wat kun je anders dan er op zo’n moment alleen maar wézen?

Natuurlijk hoefde ik het niet te vragen

Toen ik andere werkzaamheden kreeg en ik mijn caseload moest overdragen, wist ik dat ik het niet eens hoefde te vragen. Natuurlijk heeft deze collega de zaak overgenomen. En soms ga ik nu nog wel eens met hem mee op pad. Laatst waren we samen op zoek naar de moeder van dit jongetje. Het was voor het jongetje belangrijk dat we haar zouden spreken. Toen we door een brievenbus contact aan het maken waren en ik me zachtjes hardop afvroeg wat we nou toch in hemelsnaam aan het doen waren, had ik aan één blik van mijn collega genoeg. Oh ja, dacht ik, we zijn simpelweg aan het wezen…

Nicoline den Ouden, voorheen jeugdbeschermer, nu coördinator complexe casuïstiek

Foto: Pixabay


Lees hier het indrukwekkende verhaal van Nicole van het Crisis Interventie Team over een meisje van zeventien

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags