telSpoed & crisis
jeugdbescherming

Mijn weekenddienst als achterwacht | Crisis Interventie Team

#crisis interventie team

Het is vrijdag, begin van de avond. Mijn weekenddienst als achterwacht voor de vijf CIT- medewerkers die dienst hebben in de Crisisdienst Buiten Kantoortijd (CBK) is nog maar net begonnen, als er al gebeld wordt.

Een nieuwe zaak
Er zijn sinds 17:00 uur al twee duo’s CBK-medewerkers op pad en deze zijn nog wel een paar uur bezig met nieuwe zaken, als de politie via de meldkamer assistentie vraagt bij een nieuwe zaak. Een jong meisje is weggelopen en is op het politiebureau binnen gebracht. Ik besluit een oproep te doen voor extra medewerkers, die op hun vrije vrijdagavond deze zaak op zich willen nemen. 

Een gevluchte moeder en haar kinderen
Ondertussen belt een andere medewerker om te overleggen over een moeder met twee jonge kinderen die naar een politiebureau is gevlucht nadat ze praktisch twee jaar lang door haar echtgenoot is opgesloten. Na een gesprek met beide ouders komen onze medewerkers en de politie tot de conclusie dat voor de veiligheid van de moeder en haar kinderen opvang dit weekend noodzakelijk is. Bij de opvang is echter geen plek. Ik besluit akkoord te gaan met het boeken en betalen van een hotelkamer voor de moeder en haar kinderen.  

Jong meisje weggelopen
Een jong meisje, basisschoolleeftijd, blijkt al twee dagen zoek te zijn geweest en is net door haar moeder op straat aangetroffen in aanwezigheid van een aantal jonge mannen. De moeder heeft haar niet al te zachtzinnig in haar auto weten te krijgen. Een aantal omstanders waren hier getuige van en belden 112, waardoor de moeder en haar dochter op het politiebureau belandden. De moeder is zeer bezorgd en spreekt haar zorgen uit over haar dochter die spijbelt, een tatoeage heeft laten zetten, foto’s van ontklede mannen op haar telefoon heeft en wegloopt. De dochter hult zich echter in volstrekt stilzwijgen. Pogingen van de moeder, politie en de CBK-medewerker om van het meisje te horen wat zij wil of niet, lopen op niets uit. Het meisje hult zich in stilzwijgen. De medewerker overlegt met mij om het meisje toch maar met haar moeder mee naar huis te laten gaan. We wegen de feiten, vermoedens en belangen af en komen tot de conclusie dat alle andere opties onhaalbaar of onwenselijk zijn. Het meisje gaat met haar moeder naar huis, met  wel als risico dat we later in het weekend weer met haar op een politiebureau kunnen belanden.   

Patstelling
Een andere medewerker belt over een patstelling waarin ze is beland. Een puber die onder behandeling is bij de GGZ, is na eerder bij familie te hebben verbleven vandaag terug naar huis gegaan. Daar is het vanavond geëscaleerd en heeft de nieuwe partner van de moeder geweld gebruikt tegen het kind. De moeder en het kind delen dezelfde versie van de gebeurtenis en trekken gezamenlijk ook de conclusie dat verblijf thuis dit weekend beter niet voortgezet kan worden. Over de vraag waar het kind dan wel kan verblijven, worden ze het echter niet eens. Er zijn twee familieleden die wel opvang kunnen bieden, maar de familie bereikt geen compromis. Als we een VOTS aanvragen, kunnen wij zelf de knoop doorhakken, maar dat vind ik een veel te zwaar middel. Ook plaatsing voor een noodbed bij onze netwerkpartner, terwijl er familie is die opvang kan bieden, vind ik niet acceptabel. Met die boodschap gaan de medewerkers nogmaals het gesprek in en lukt het uiteindelijk toch een compromis over opvang binnen de familie te bereiken.  

Noodbed
Om een uur of vijf ’s-nachts word ik wakker gebeld door een medewerker, die gevraagd is om één van onze drie noodbedden bij onze netwerkpartner beschikbaar te stellen voor een jongere uit een andere regio. De zorgaanbieder in de eigen regio vindt het gedrag van deze jongere te complex deze zelf op te vangen. Terwijl ik buiten al de eerste vogels hoor fluiten, wegen wij de belangen af. Moeten wij op vrijdag al één van onze bedden weggeven? Moeten wij het probleem oplossen van de keten in een andere regio en de jongere op straat laten belanden? Ik besluit ons noodbed beschikbaar te stellen. Wel stel ik de eis dat de zorgaanbieder in de eigen regio garant staat voor de kosten van opvang. Ik ben inmiddels zo wakker dat verder slapen niet echt meer lukt. 

Huisverbodzaak
Vrijdagavond bleek een tijdelijke piek want zaterdag en zondag blijft het relatief rustig.
Wel belt er een CBK-medewerker voor overleg. In een nieuwe huisverbodzaak blijkt er ook zorg te zijn over de alcoholverslaving van één van de ouders. De medewerker wil overleggen of we het verantwoord genoeg vinden om het kind bij de moeder te laten dit weekend of dat we een VOTS moeten aanvragen. Na een afweging van feiten, vermoedens, zorgen en beschermende factoren, komen we tot het besluit de situatie zo te laten, maar dat de CBK regelmatig telefonisch contact met heeft met deze ouder. Zo kunnen we de vinger aan de pols houden.  

De laatste zaak
En de laatste zaak op een voor mij verder rustige zondag, betreft een vraag om mee te denken in een afweging. De politie twijfelt of er wel of niet een huisverbodprocedure in een zaak opgestart moet worden. Ook de CBK-medewerker twijfelt en belt daarom de achterwacht voor advies. Alles in afweging nemend, worden we het eens om wél voor een huisverbod te gaan. Vooral ook omdat we daarmee naar de kinderen de impliciete boodschap afgeven dat (ook) dreigen met geweld niet mag én dat melding doen zin heeft.  

Leon van Sasse van IJsselt
teammanager Crisis Interventie Team Haaglanden
Jeugdbescherming west 

Bel ons zowel binnen als buiten kantoortijden op 070-3450506.  

Lees hier meer over ons werk: Crisis Interventie Team. 

Werk je in het ziekenhuis, bij de politie, in het onderwijs of bij een huisartsenpraktijk? Of ben je op een andere manier betrokken bij kinderen, jongeren of gezinnen? Heb je te maken met acute zorgen, weet ons te vinden! Samen zorgen we voor de kwetsbare jeugd. 

Lees hier de eerdere blog over een dagje bij het CIT  Ons Crisis Interventie Team in de praktijk 

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags