telSpoed & crisis
jeugdbescherming

Onderbuikgevoelens; je hebt ze, maar wat kun je ermee?

#praktijkverhalen

Als jeugdbeschermer heb ik er al veelvuldig mee te maken gehad: het onderbuikgevoel dat je soms kunt hebben. Alles in mij zegt op dat moment dat er iets niet klopt; soms heb ik zelfs vermoedens wat er dan niet zou kloppen. Het vervelende is dat je er vaak niets mee kunt omdat het niet op feiten berust. Als ik dit gevoel heb, is het mijn uitdaging om uit te vissen wat maakt dat ik dat gevoel krijg. Door intensief samen te werken en vertrouwen te winnen, kom ik er soms achter. Hierbij helpt een portie lef en het stellen van vragen die niemand durft te stellen.

Degenen die mij kennen, weten dat ik dan mijn tanden erin zet en niet loslaat. En gek genoeg klopt mijn gevoel bijna altijd. Maar ja, zie deze gevoelens maar eens feitelijk te krijgen. De rechtbank koopt immers niets voor deze onderbuikgevoelens; wel voor feiten. Iets wat voor ouders of andere betrokkenen natuurlijk goed is, want het gaat om een onafhankelijk oordeel. Er zijn echter ook genoeg situaties waarbij ik mijn vinger er niet op kan leggen en niets feitelijks boven tafel krijg. Dit is voor mij als jeugdbeschermer zeer frustrerend. Zo was het ook bij een meisje dat ik onder mijn hoede had. Ik neem jullie graag in mee haar verhaal.

Veiligheid inschatten én waarborgen

Het meisje was dertien jaar toen ik haar leerde kennen en zat op de middelbare school. De thuissituatie leek in orde, alleen het meisje vertoonde zeer problematisch gedrag. Ik werd erbij geroepen door het crisis interventieteam (CIT). Zij hadden het meisje de avond ervoor uit huis moeten halen en naar een gesloten jeugdinstelling moeten brengen. Er was met spoed een machtiging gesloten jeugdzorg met een voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS) uitgesproken door de kinderrechter. En vanaf dat moment raakte ik als jeugdbeschermer betrokken. Mijn taak: de situatie inschatten, de veiligheid van het meisje inschatten, zien welke hulp er ingezet moet worden en vervolgens de veiligheid waarborgen.

Veiligheid in gevaar

Het meisje had zich de avond daarvoor zeer ernstig misdragen, waarbij ze de veiligheid van haar moeder en zichzelf in gevaar had gebracht. Het meisje was zodanig agressief dat ze met meerdere politieagenten uit huis gehaald moest worden. Ik zocht haar op in de instelling. Meestal vind ik snel aansluiting bij ‘mijn’ pubers, maar dit keer kostte dit grote moeite. Ik haalde van alles uit de kast, maar niets hielp. Ik kreeg een grote mond van haar en allerlei ziektes toegewenst en dat was het enige wat ze wilde zeggen.

Haar moeder daarentegen, was zeer meewerkend. Ze gaf aan dat ze haar dochter miste en haar wel weer thuis kon hebben. Haar vader was door zijn werk veel van huis. Door het inschakelen van het netwerk en het opstellen van een veiligheidsplan, kon er vervolgens worden gewerkt aan een thuisplaatsing.

Op mijn hoede

Elke keer dat ik op huisbezoek kwam bij het gezin, werd ik warm onthaald door de moeder. Als je de onderuitgezakte puber met een gezicht op onweer niet meetelde, zou je bijna denken dat ik op een gezellig theekransje zat. Maar juist dit gaf mij het gevoel dat er iets niet klopte. Als jeugdbeschermer word ik namelijk niet altijd ‘warm’ onthaald voor een gezellig praatje met een kop thee. Nee, als jeugdbeschermer ben ik helaas ook gewend om zeer ongewenst te zijn of zelfs niet binnen te mogen komen. Dit contrast zorgde er dus voor dat ik op mijn hoede was.

Elke keer bespraken we het veiligheidsplan en checkte ik bij het netwerk en de school hoe het ging. Het leek goed te gaan. De moeder vertelde telkens wel wat haar dochter medisch gezien onder de leden had gehad. Het was opvallend veel vanaf haar geboorte tot nu. Daarbij had moeder ook zeer veel medische klachten. Op het prikbord in de keuken hingen de papieren van het ziekenhuis met uitleg over bepaalde aandoeningen. Opnieuw maakte dit dat ik te maken kreeg met ‘het bekende onderbuikgevoel’. Naar mijn mening klopte er iets niet, maar wat?

Het gaat ‘goed genoeg’

Er verstreek anderhalf jaar waarin dochterlief nog zeker drie keer naar de crisisopvang werd gestuurd door haar ouders omdat ze onhandelbaar was. Telkens was er sprake van geweld van de dochter naar de ouders. En elke keer gaven de ouders de boodschap dat ze nooit meer terug kon komen om een paar dagen later weer aan te geven dat ze wel weer naar huis kon. Na drie jaar sloot ik de ondertoezichtstelling (OTS) af. Het ging ‘goed genoeg’, meer zat er niet in. Al die tijd had het meisje niet tegen mij gesproken. Ja, schelden en zeer brutaal zijn, was wat ze wél deed. Ik sloot af met een vreemd gevoel. Dat onderbuikgevoel was niet weg. Het was heel sterk, maar ik kreeg er niet voldoende vat op. Iets in mij zei dat ik wel eens te maken kon hebben met een moeder die haar dochter al jaren ziek praatte en de artsen hierin meenam.

‘Je moet mij helpen’

Een half jaar later belde de dochter mij redelijk in paniek op: ‘Mirjam, ik weet dat je niet meer betrokken bent, maar je moet helpen! Ik sta op het punt om mijn moeder in elkaar te slaan met een knuppel!’ Oké, dacht ik, tijd voor de zoveelste interventie. Aan de telefoon sprak ik haar rustig toe, terwijl ik ondertussen een auto probeerde te regelen om langs te gaan. Met een grap zei ik na twintig minuten: ‘Je hebt nog nooit zoveel tegen mij gesproken en ook nog op zo’n aardige toon!’ Ze lachte een beetje en zei dat dit klopte. Ze vertelde dat haar moeder haar keer op keer aan het opjutten was voordat ik langskwam. Haar moeder sprak zo negatief dat het stoom bij het meisje uit haar oren kwam als ik voor de deur stond. Op die momenten draaide moeder de knop om en ging heel aardig doen tegen mij, iets wat de dochter nog bozer maakte.

En zo kwam het dat het voor alle partijen beter was als dit meisje uit huis ging. Inmiddels waren de ouders gescheiden en was de relatie tussen vader en dochter ronduit slecht. Het meisje liep de deur plat bij de huisarts en was al bij het zoveelste ziekenhuis onder behandeling. Na een gesprek met de huisarts waarin ik voorzichtig mijn vermoeden uitte besloot ik, natuurlijk na goedkeuring van de betrokkenen, een vertrouwensarts in te schakelen. Het dossier werd onderzocht en mijn onderbuikgevoelens werden langzaam bevestigd. Alleen het bleef bij een vermoeden. De diagnose was nog niet gesteld.

Ze praatte zichzelf ziek

Met mijn vermoedens en een hele fijne samenwerking met de behandelend kinderarts, waar de betrokkenen van op de hoogte waren, zijn we tot een plan gekomen. Het meisje leek zo beschadigd te zijn dat zij nu zichzelf ziek praatte. Haar moeder had het contact met haar verbroken. De klachten werden steeds erger en daardoor werd ze opgenomen in het ziekenhuis. Het regionale ziekenhuis bleek niet voldoende te zijn om de ernstige, maar toch ook vage klachten te behandelen. Het meisje ging vervolgens door naar een groter ziekenhuis en ook toen ze daar onder behandeling stond, verergerden haar klachten.

Ik uitte mijn vermoedens telkens bij de artsen, maar zij wilden de diagnose niet stellen. Er was te weinig bewijs om hardop de diagnose uit te spreken. Onder elkaar waren we het er wel over eens. Het meisje was inmiddels bijna achttien jaar en vond mijn bemoeienis niet prettig. De keer dat zij die twintig minuten tegen mij sprak, was dan ook de enige keer. De andere keren was ze nors, gesloten en zeer brutaal. Dit gedrag had zij ook tegen de artsen en de groepsleiding van de groep waar zij woonde als ze niet in het ziekenhuis lag.

Het dossier gesloten

Met een gedegen plan heb ik op haar achttiende verjaardag het dossier moeten sluiten. Dat voelde niet goed, want ondanks de brutale houding en het feit dat ze geen bemoeienis wilde, maakte ik me oprecht zorgen over haar gezondheid en had ik grote twijfels over haar toekomst. Wat me echter het meest frustreert, is dat ik mijn onderbuikgevoelens niet feitelijk heb kunnen maken. Niet zo feitelijk dat er een diagnose is gesteld die had kunnen voorkomen dat zij allerlei medische ingrijpen moest doorstaan.

Onderbuikgevoelens… Je hebt ze, maar wat kun je er daadwerkelijk mee?

Mirjam, jeugdbeschermer

Natuurlijk zijn er in verband met de privacy aanpassingen gedaan in dit praktijkverhaal | Foto: Jeugdbescherming west


Lees ook onze andere verhalen op de website

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags