telSpoed & crisis
jeugdbescherming

De juiste keuze in belang van het kind

#praktijkverhalen

Het is februari 2020. Ik neem een nieuw gezin over van een collega en maak kennis met een moeder en haar twaalfjarige dochter. Er is in hun leven veel gebeurd de afgelopen jaren, maar het gezin kijkt op dat moment positief naar de toekomst. De ouders zijn een paar jaar geleden gescheiden. De moeder komt niet uit Nederland en heeft nooit op eigen benen hoeven staan. Ze vindt de regels in Nederland erg ingewikkeld en kan ook niet goed Nederlands spreken en lezen. Daarbij is ze in een financiële strijd verwikkeld met de vader van haar dochter.

In mijn eerste kennismaking merk ik dat moeder en dochter weinig tot geen hulpvragen hebben. Het voelt ook alsof ze niet zo op mij zitten te wachten. ‘Alles gaat goed. Mijn dochter gaat als ze het wil naar haar vader,’ vertelt de moeder mij. Twee weken na de kennismaking met het gezin is er de eerste lange corona-lockdown. Verbinding maken met elkaar lukt niet echt door de afstand die gecreëerd wordt door verkoudheidsklachten, quarantaine en dergelijke. Ik ga op huisbezoek als het kan of ik heb telefonisch contact. Ik voel dat ik weinig contact heb met het gezin, ondanks de zorgen die er zijn. Ik houd een goed contact met school. Zij zien het meisje wekelijks, ondanks de lockdown, omdat ze naar school moet komen.

Hulpverlening in het gezin

De ondertoezichtstelling wordt verlengd. We spreken af dat er hulpverlening in het gezin komt. Echter de bereidheid hiervoor is moeilijk te vinden. Eindelijk in 2021 lukt het om overeenstemming te hebben over de zorgen en hulpverlening in te schakelen. Ik ben dan ook vaker welkom in het gezin. Hierdoor zie en hoor ik ook meer dingen waar ik mij zorgen om maak. In juni 2021 hebben we een intake voor een coach. Zowel een coach voor de moeder als voor de dochter. Beiden zijn hier blij mee. De aanvraag hiervoor was in maart. Dus het duurt dan even voordat iets kan beginnen. In juli beginnen de coaches dan pas echt.

Er volgt een aantal gesprekken, maar in augustus blijkt dat de coaches onvoldoende tijd hebben om echt met het gezin aan de slag te gaan. Er is meer hulp nodig die intensiever en diepgaander is. De zorgen zijn zelfs zo groot dat we ons met zijn allen afvragen of het niet beter is dat het meisje tijdelijk uithuisgeplaatst wordt. De moeder weet weinig van wat het meisje doet of waar ze is. Ze eten niet samen, maar haar moeder zorgt ook niet voor eten voor haar dochter. Het meisje moet haar eigen maaltijden verzorgen. Wat resulteert in soep met brood of een broodje knakworst.

Ook niet in de nacht thuis

Dit blijkt al jaren zo te zijn. Moeder kookt niet en als ze wel kookt, is dat niet voor hen samen. Daarnaast nemen de zorgen op school ook toe. Waar het meisje eerder goede cijfers haalde, zijn het nu alleen maar onvoldoendes. Concentreren op schoolwerk is lastig en thuis doet ze er niets mee. Want als ze al thuis is, is ze samen met vriendinnen. Het meisje is in de zomervakantie bijna niet thuis, ook niet in de nacht. En de moeder weet niet bij wie ze precies slaapt. Moeder en dochter praten niet met elkaar. Alhoewel ze wel aangeven dit graag te willen.

Ik ben als jeugdbeschermer ervoor om patronen die ontstaan zijn in gezinnen te doorbreken. Maar dit patroon is zo erg ingesleten op alle vlakken dat het zelfs aan de basale basisbehoeften van de mens tekort schiet (bad, bed, brood). Ik spreek dan ook uit naar het gezin dat we per direct intensievere hulp moeten inzetten of omdat het meisje thuis niet veilig kan opgroeien zij wellicht tijdelijk ergens anders moet gaan wonen.

Weer opbouwen van een gezinsstructuur

Als ik dit uitspreek weet ik in mijn achterhoofd dat mijn uitspraak ‘per direct intensieve hulp inzetten’ heel moeilijk gaat worden. Maar wat moet ik anders? Moet ik dit meisje echt tijdelijk uithuisplaatsen, terwijl er nooit hulpverlening in heeft gezeten? Beiden willen wel graag veranderen, maar weten niet hoe. En omdat er al zo veel schade is aan de basisbehoeften gaat het niet om enkel voeren van gesprekken over een betere communicatie, maar het weer op bouwen van een gezinsstructuur.

Het is inmiddels december 2021. De uitspraak dat er intensieve hulp in het gezin moet komen is van eind augustus. Ik heb helaas geen intensieve hulpverlener kunnen vinden die per direct aan de slag kan gaan. Er zijn mitsen en maren, wachtlijsten van acht tot twaalf maanden. Je zou je af kunnen vragen waarom ik dan het meisje niet uithuisgeplaatst heb. Maar moeten we niet eerst alles proberen voordat we over gaan tot deze drastische keuze? Moeder en dochter willen niet van elkaar gescheiden worden. Ze zien beiden nog mogelijkheden in de intensieve hulpverlening.

Nu geen hulpverlening beschikbaar

En ja, ik heb deze casus gemeld bij de gemeente en bij hulpverleningsorganisaties. Iedereen vindt dat er per direct hulpverlening in moet. Maar het is er gewoon nú niet. Mijn zorgen zijn natuurlijk nog groter geworden. Want in plaats van een vijf voor een toets, haalt ze nu een drie of zelfs een twee. Ze kan niet op deze middelbare school blijven terwijl haar ingeschatte niveau zelfs hoger is. Ik hoor dat ze ’s nachts op straat loopt, niemand weet of ze wel ’s nachts thuis slaapt. Er zijn zorgen over met wie ze omgaat. Op haar jonge leeftijd heeft ze al eens een ‘kwartje’ gebruikt (kwart pilletje XTC).

Mijn innerlijke tweestrijd woedt voort. Kan ik nog even wachten totdat de hulp gaat starten? Hoe lang gaat dat nog duren. Ze leeft al jaren op soep met brood. Ziet er verder goed gezond uit. En ik weet dat ze bij vriendinnen ook wel eens ’s avonds mee mag eten. Of moet ik toch de kinderrechter verzoeken om te kijken naar een machtiging uithuisplaatsing? Is ze dan beter af? Waar is er trouwens plek? Of is daar ook weer een wachtlijst voor?

Leuren en sleuren om hulpverlening

Moe ben ik van het leuren en sleuren om de juiste hulpverlening zo snel mogelijk in het gezin in te zetten. In een gezin dat zélf wil veranderen en voor mijn gevoel nog onvoldoende hulp heeft kunnen krijgen om aan de zorgen die er zijn, en die ze zelf ook zien, te kunnen werken.

Met zijn allen willen we werken aan minder uithuisplaatsingen (de beweging naar 0), maar de laatste jaren is er echt enorm beknibbeld op de jeugdzorg. Hulpverlenersinstanties hebben niet genoeg medewerkers in dienst om de vraag aan te kunnen. Er zijn geen plekken beschikbaar. Er zijn wachtlijsten voor intensieve hulpverlening aan huis. Hoe maken we dan de juiste keuze in het belang van het kind?

Simone, jeugdbeschermer
Jeugdbescherming west

Nog een blog lezen van Simone? Lees de blog: Een jeugdbeschermer in coronatijd – deel 1

Foto: Jeugdbescherming west

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags