telSpoed & crisis
jeugdzorg

Doorzetters hoor die jeugdbeschermers…

#praktijkverhalen

Als jeugdbeschermer moet je over een goed paar tanden beschikken. Soms moet je ze namelijk flink in een situatie zetten om tot resultaat te kunnen komen. Dit zie ik gebeuren bij een van mijn collega-jeugdbeschermers terwijl ze hard aan het werk is voor haar dertienjarige pupil Ramza.

Ramza is onder toezicht gesteld en met een machtiging tot uithuisplaatsing geplaatst in een (netwerk)pleeggezin dat in een andere provincie woont. Zijn ouders hebben de zorgen niet erkend en er is geen stijgende lijn zichtbaar in hun houding. Als Ramza ruim een jaar in het pleeggezin woont, blijkt dat daar de koek op is. Het pleeggezin geeft de jeugdbeschermer te kennen dat ze de plaatsing niet volhouden. Voor het pleeggezin voelt het niet alsof Ramza onderdeel van hun gezin wordt, maar alsof hij langdurig op bezoek is. Hij vertoont geen tot weinig problematisch gedrag, maar toch gaat het niet. De pleegouders durven hem niet alleen thuis te laten.

Natuurlijk ga je dan als pleegzorgaanbieder en jeugdbeschermer met de pleegouders in gesprek en stel je daarbij de vraag: wat is er nodig om de plaatsing te kunnen continueren? De boodschap van de pleegouders was echter consequent: voor de volgende schoolvakantie (krap een maand later) moest Ramza worden overgeplaatst. Ook na meerdere gesprekken bleek er geen enkele rek meer te zijn.

Zoektocht

Voor de jeugdbeschermer betekende het eindpunt in dit pleeggezin het begin van een zoektocht naar een oplossing. Te beginnen met een volgende plek voor Ramza. Een gezinshuis zou het meest passend zijn en de jeugdbeschermer had Ramza voor drie verschillende gezinshuizen aangemeld en informatie nagezonden. En voor de zekerheid – als ‘plan D’ – aangemeld voor een crisisplek bij een instelling. Met een aftellende klok was het wachten op de matching met één van de drie gezinshuizen. De crisisplek op een instelling was beschikbaar, maar daar plaatsten we liever niet ténzij het 100% niet anders kon.

Buikpijn

Vele telefoontjes, andere contacten en geduw en getrek door de jeugdbeschermer later, was er de dag voor de gestelde ‘deadline’ van overplaatsing (een vrijdag) toch nog stééds geen duidelijkheid of Ramza naar een gezinshuis kon. De hoofdpijn van de jeugdbeschermer over de toekomst van Ramza, was inmiddels overgeslagen naar buikpijn. In overleg samen kozen we ervoor toch maar al een spoedverzoek in te dienen voor een nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing voor 1. een gezinsgerichte voorziening en als die niet beschikbaar zou zijn 2. een plek in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Ook moesten we een verzoek indienen voor het overplaatsen van Ramza uit het pleeggezin omdat hij daar al langer dan een jaar woonde.

We konden gewoon niet langer wachten op duidelijkheid omtrent de matching, want aan de kinderrechter moesten we ongetwijfeld antwoord gaan geven op de volgende vragen : waarom gaan we overplaatsen, waarom mogelijk naar een crisisplek, waarom nu en waarom kan Ramza dan niet toch gewoon naar huis? Nadat we de kinderrechter onze antwoorden hadden gegeven, kregen we de spoedmachtiging en toestemming om Ramza te kunnen overplaatsen. Maar waar naartoe precies?

Crisisplek

Het verlossende telefoontje kwam die dag iets voor vier uur in de middag, maar niet met het antwoord waar we op hoopten. De jeugdbeschermer viel helemaal stil aan de telefoon. De boodschap was dat het de jeugdhulpaanbieder niet meer zou lukken om de matching en screening van Ramza met de gezinshuizen rond te krijgen voor de volgende dag. Dat betekende dus dat overplaatsing van Ramza naar een gezinshuis wegviel als optie en het minst wenselijke scenario overbleef: plaatsing op de crisisplek. Toen de jeugdbeschermer hierover belde met de crisisgroep en hoorde dat er op de groep op dat moment allemaal zestien-plussers verbleven, rondde ze het telefoongesprek snel af. Ze haalde een paar keer diep adem en liet haar frustratie toen los. Ze had Ramza op tijd aangemeld voor drie gezinshuizen, het gezinsplan daartoe opgestuurd en nadere informatie verstrekt. Hoe kan het dan dat het niet is gelukt om tijdig een plek te matchen met Ramza en dit nu de stand van zaken is? Een jonge, kwetsbare dertienjarige tussen zestien-plussers, dat kón toch niet!

Tanden in de situatie gezet

Maar welke optie had ze dan? Het enige wat zeker was, was dat Ramza de volgende dag géén dak meer boven zijn hoofd zou hebben. De jeugdbeschermer zat helemaal klem tussen het loslaten van Ramza door de pleegouders, geen zicht hebben op een geschikte plek en een crisisplek die weliswaar beschikbaar was, maar tegelijkertijd het minst in het belang van Ramza. ‘Die arme Ramza,’ zei ze. ‘Ik wil hem niet op de crisisplek hebben, maar wat moet ik dan?’ Ze was zichtbaar aangeslagen en boos tegelijk. Na een paar minuten ventileren en na bemoedigende woorden van haar collega-jeugdbeschermers, veegde ze haar frustraties weg, rechtte haar schouders en pakte samen met een collega-jeugdbeschermer vastberaden haar gereedschap om te vechten voor haar pupil: de telefoon. In amper een paar uur tijd was ze van Plan A naar Plan E gegaan. Als ik heel goed keek, kon ik bijna letterlijk haar tanden zien die ze nu in de situatie had gezet.

Gelukt!

Vele telefoontjes en het verhaal van Ramza wel vijf keer verteld te hebben verder, hebben ze met elkaar ergens na vijf uur in de middag een berg aan werk verzet. Met een klein wonder als resultaat. De jeugdbeschermer heeft een plek voor Ramza gevonden. Ook ‘buitenregionaal’. Op een locatie in de buurt van het pleeggezin waar hij afscheid moet nemen. Zo kan hij vooralsnog op dezelfde school blijven, in dezelfde omgeving en kan van daaruit rustig naar de beste match voor een plek worden gezocht. De opluchting was van het gezicht van de jeugdbeschermer en dat van haar collega te lezen. Ze lachten – ontladend – de stress en frustratie van hun schouders. Het zat niet mee, maar het is toch gelukt!

Ik lach mee totdat…

Ik lach met hen mee totdat de jurist in mij na een paar minuten weer overneemt en verschrikt even checkt: valt deze plek wel onder een gezinsgerichte voorziening of accommodatie van een jeugdhulpaanbieder? Anders moeten we een nieuwe machtiging vragen, want de machtiging die we een paar uur geleden hebben gekregen, dekt deze plek dan niet. Twee paar ogen kijken mij verschrikt aan. Ze reiken snel weer naar hun telefoons. Gelukkig, de gevonden plek valt inderdaad onder de accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. We hoeven geen nieuwe machtiging uithuisplaatsing te verzoeken. De opluchting is nu echt (bíjna) compleet. De vraag of de betrokken jeugdhulpaanbieder ook is gecontracteerd voor jeugdhulp door de voor Ramza verantwoordelijke gemeente, laat ik voor nu maar even voor wat het is.

Laura Goei, senior jurist

* * Natuurlijk is er in verband met de privacy een andere naam gebruikt in dit praktijkverhaal * *

Foto: Jeugdbescherming west


Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags