telSpoed & crisis

Enkelband en elektronische controle? Anneloes weet er alles van!

#interview

Anneloes Strotmann begeleidt vanuit de jeugdreclassering jongeren die als straf een enkelband moeten dragen. Deze jongeren vertellen haar nog wel eens dat ze moeilijk kunnen slapen of dat ze zich schamen dat ze zo’n ding moeten dragen. Om de jongeren goed te kunnen voorbereiden en begeleiden, wilde ze het zelf een keer aan den lijve ondervinden. Bij hoge uitzondering kreeg ze toestemming, want het is een kostbare zaak. Anneloes mocht voor acht dagen met een enkelband lopen. Zij vertelt graag hoe het precies in zijn werk ging, wat ze ervan vond en heeft daarbij een aantal praktische tips voor jongeren die ermee te maken krijgen.  

Zo gaat het in zijn werk 

Voordat je een enkelband kunt krijgen, wordt er eerst een haalbaarheidsonderzoek gedaan. Dan komt er iemand van de volwassenreclassering thuis om te kijken of er geen huurschulden zijn en of er stroom is. Dat doen zij omdat de enkelband gekoppeld is aan een soort elektronisch kastje. Dat kastje moet aan de stroom en moet in een huis staan. Daarom kijken ze of er geen kans is dat je uit huis wordt gezet omdat de huur niet is betaald.  Als dit niet het geval is, wordt het bandje aangesloten. Meestal voor een periode van zes maanden.  

 

Anneloes met de enkelband om

Twee soorten 

Er zijn twee soorten enkelbanden: 

– Een bandje zonder gebiedsverbod met avondklok (dat is een tijd waarop je binnen moet zijn). 

– Een bandje mét een gebiedsverbod en avondklok.  

Een bandje mét gebiedsverbod en avondklok is een stukje groter en is ook lastiger in het gebruik. Je moet hem namelijk iedere dag drie uur opladen en er zijn afgesproken gebieden waar je niet mag komen. Dat zijn vaak gebieden waar het slachtoffer zou kunnen zijn. Anneloes kreeg een bandje met gebiedsverbod.  

‘Ik mocht niet in het centrum komen van de stad waar ik woon en ik moest om 20.00 uur binnen zijn. In het weekend zelfs om 14.00 uur ’s middags,’ vertelt Anneloes. ‘Als ik toch in het gebied kwam waar ik niet mocht komen, ging het bandje trillen. Dat vond ik eigenlijk wel makkelijk, dan kon ik me niet vergissen. Er gebeurt verder niets, maar er gaat wel meteen een seintje naar de reclassering. Als jongeren die ik begeleid zo’n gebiedsverbod overtreden, dan krijgen ze eerst een waarschuwing in de vorm van een gele kaart. Gebeurt het daarna nog een keer, dan moet ik het terugmelden aan de rechtbank.’  

‘Ze hebben ‘m natuurlijk niet voor niets’ 

Anneloes werd natuurlijk niet teruggemeld of op haar vingers getikt. ‘Maar omdat ik het echt wilde ervaren, heb ik me netjes aan de regels gehouden. Ik kan me voorstellen dat het vooral voor een jongere best lastig is als je niet overal mag komen en vroeg weer binnen moet zijn. Maar ze hebben ‘m natuurlijk niet voor niets. Als jongeren in de avond moeten werken of sporten, wordt daar wel rekening mee gehouden. Het is juist goed als zij op die manier weer een positieve draai aan hun leven geven. En gelukkig kun je er ook gewoon mee douchen en zwemmen.’  

Wat Anneloes vaak opvalt bij jongeren die zij begeleidt is dat dat het bandje vaak niet voldoende is opgeladen. ‘Dan is hij ineens leeg en komt er een melding. Dat opladen is ook best lastig. Iedere dag moet het bandje namelijk drie uur aan de oplader en omdat het aan je vastzit, moet je daar wel rekening mee houden. Als hij volledig vol is, gaat hij trillen. Ik heb trouwens prima geslapen, ik had geen last van dat bandje.’ 

Tips voor jongeren 

Anneloes wil jongeren graag de volgende tips meegeven:  

  1. Pas je kleding er op aan; zorg dat je een wijde broek aantrekt zodat het niet opvalt.  
  2. Zeg het niet tegen mensen als dat niet nodig is; sommige mensen gaan je misschien anders benaderen, anderen zullen je misschien stoer vinden, maar dat is niet positief als je je leven wilt veranderen. Je wilt er later niet steeds mee geconfronteerd worden.  
  3. Houd rekening met je dagplanning met het opladen. Ik deed ’s ochtends een uurtje bij het ontbijt. Moest ik natuurlijk wel zorgen dat ik alles bij de hand had. En de andere twee uurtjes deed ik ’s avonds op de bank.
  4. Zet een melding in je telefoon zodat je niet vergeet dat je moet opladen. En zet het alarm om de tijd in de gaten te houden. Voor je gevoel zit je al snel uren aan de oplader terwijl dat in het echt vaak veel korter is.  

Tot slot

Anneloes laat tot slot nog weten: ‘Voor mij was het natuurlijk maar acht dagen, maar ik ben blij dat ik nu een beetje weet hoe het is.’

 


Een elektronische controle wordt opgelegd door de rechtbank. Bij jongeren gaat dit altijd in combinatie met verplichte begeleiding door de jeugdreclassering. Vaak is dat begeleiding vanuit ITB (Intensieve traject begeleiding). 


 

Tekst: Jeanette Benschop 

Lees ook onze andere verhalen op onze website.

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags