telSpoed & crisis
hulpverleners

Handen af van de hulpverleners!

#praktijkverhalen

Steeds meer hoor je in de media de oproep om te stoppen met geweld tegen hulpverleners. Het gaat daarbij meestal over de politie, brandweer en ambulancepersoneel. Heel goed dat hier aandacht aan gegeven wordt, want het is natuurlijk terecht: ‘Handen af van onze hulpverleners!’ Maar… is het niet nodig om bij deze boodschap ook nog onze beroepsgroep ‘de jeugdbeschermers’ in het rijtje te zetten? Ook wij krijgen namelijk in ons werk te maken met allerlei vormen van geweld.

Helaas is er een groep mensen die denkt dat dit onze ‘eigen schuld’ is. Maar ook jeugdbeschermers zijn mensen van vlees en bloed die familie en vaak ook een eigen gezin hebben. Zij zijn geliefd en hebben anderen lief. Het zijn mensen die hun werk doen vanuit hun hart en met de intentie om kinderen en jongeren zo veilig mogelijk te laten opgroeien. Ook al moeten ze hiervoor de moeilijkste beslissingen nemen en soms de vervelendste boodschappen aan ouders geven. Veel mensen hebben niet in de gaten welke impact geweld heeft, in welke vorm dan ook, op deze hulpverleners. Helaas kan ik hier zelf over meepraten.

Vertrokken zonder toestemming

Na drie weken vakantie kwam ik terug op mijn werk. Vrijwel direct kreeg ik van mijn collega’s te horen dat een pupil van mij, de vijftienjarige Jeroen, niet meer in Nederland was. Ik wist dat deze Jeroen een enorme drang had om naar zijn moeder in het buitenland te gaan. En dat was dus in mijn vakantie gebeurd!

Ik kende Jeroen op dat moment al tien jaar. Zijn ouders hadden geen gezag meer over hem en voor toestemming moest hij bij mij zijn. Jeroen is op zijn vijfde jaar uithuisgeplaatst omdat hij met zijn moeder over straat zwierf en niet de zorg kreeg die hij nodig had. Hij werd in een pleeggezin geplaatst. Zijn moeder kreeg de ene gewelddadige relatie na de andere en vertrok al vrij snel naar het buitenland. Contact met Jeroen was er sporadisch en er was zelfs jaren helemaal geen contact. En ook de vader van Jeroen was niet in beeld.

Ik was al die jaren betrokken bij hem en hielp hem als hij iets nodig had. Ik was er dan ook op het moment dat hij tevergeefs op zijn moeder wachtte die beloofd had langs te komen met mooie cadeaus of toen hij via sociale media toch weer in contact kwam met zijn moeder. Zo hoorde hij dat zijn moeder had besloten om nóg verder weg te gaan emigreren. Dus wéér naar een ander land. Wat had hij hier last van; wat voelde hij zich in de steek gelaten. Zijn moeder ging nog verder van hem weg wonen.

Hij nam afstand

Zijn moeder die naar eigen zeggen mij haat omdat ik haar zoon heb afgepakt en haar niet heb betrokken bij zijn leven, had hem verlaten en was er dus ook niet op de belangrijke momenten in zijn leven. Haar onvrede hierover uitte zij richting Jeroen. Ik merkte dat Jeroen afstand nam van mij. ‘Ik wil niet tussen jou en mijn moeder instaan,’ zei hij. Ik schrok, want dát was niet de bedoeling. Deze jongen had het al moeilijk zat en ik wilde er alleen maar voor hem zijn, op afstand, en hem grenzen aangeven in het contact met zijn moeder.

Maar toen had Jeroen dus in het geheim met zijn moeder geregeld dat hij tijdens mijn vakantie naar haar toe zou gaan met het vliegtuig; zonder mijn toestemming. Ik had immers niet zomaar toestemming gegeven om te reizen als minderjarige, naar een moeder die middenin een gewelddadige relatie zat. Ik had hem hiertegen willen beschermen en dan samen met mijn team willen besluiten dat hij niet opnieuw getuige moest worden van het in elkaar slaan van zijn moeder. Hij hoefde er niet tussen te springen. Dat had hij als kleuter al vaak genoeg moeten doen en dat hoort niet bij een kind.

Terug naar Nederland

Dus ja… daar zat hij dan in het buitenland en hij moest terug naar Nederland. School zou snel weer starten, maar er was geen ticket teruggeboekt. Ik belde Jeroen, maar hij nam zijn telefoon niet op en reageerde niet op andere berichtjes. Na een paar uur liet hij mij weten dat hij niet gevonden wilde worden en dat ik maar met zijn moeder moest bellen. Ik belde haar en zei haar dat ze haar zoon terug moest laten gaan naar Nederland, omdat zijn school binnenkort weer begon. En vertelde ook dat het strafbaar is om een kind  zonder toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger naar het buitenland te laten gaan.

Jeroen zijn moeder werd boos, héél boos. Ze schreeuwde verwensingen naar mij en ik hoorde Jeroen op de achtergrond meeschreeuwen. Vervolgens werd er opgehangen. Net op het moment dat ik me afvroeg wat ik zou moeten gaan doen, kwamen er in een paar minuten heel veel berichtjes binnen. Ik opende ze en schrok enorm van wat ik daar las.

In shock

In de eerste berichten stonden de vreselijkste ziektes die ik moest krijgen. Gek genoeg dacht ik toen nog: ‘O, ja hoor daar gaan we weer’. Maar hoe verder ik las, hoe bedreigender de berichten werden. Ze werden steeds persoonlijker tot een doodsbedreiging aan mij en mijn gezin. En er stond precies vermeld wánneer het zou gebeuren, hóe het zou gebeuren en wáárom het zou gebeuren!

Ik raakte in shock en mijn collega’s kregen geen contact meer met me. Toen ik daar een beetje uitkwam, sloeg bij mij de angst echt toe. Hoe moest ik nu naar huis? Het was gericht op mij én mijn gezin, op mijn huis. Wist hij dan toch waar ik woonde?  Zou hij het echt doen? Ik moest een melding op mijn huisadres laten maken bij de politie en aangifte doen. De politie nam het erg serieus en wilde op ‘de dag’ extra posten rondom mijn huis.

De dag zelf

Ik kon niet meer reëel denken. Bevangen door angst probeerde ik mijn ‘gewone’ leven te leiden. Ik bleef werken en de dingen doen die ik altijd deed. Dat kostte veel energie. Mijn familie, vrienden en mijn collega’s waren erg lief en betrokken, maar vooral ook bezorgd. Mijn leidinggevende vroeg mij wat ik nodig had om mezelf veiliger te voelen. Het liefst had ik 24 uur per dag een beveiliger in mijn tuin zitten. Maar ja, hoe leg je je kinderen uit wat er speelt en waarom die beveiliger in de tuin zit? Nee, dit was niet wat er moest gebeuren. Ik zou mijn leven niet laten leiden door angst. Ondanks alle goede ideeën die ik kreeg om op ‘de dag’ elders te verblijven, besloot ik hier niet op in te gaan en gewoon thuis te blijven.

‘De dag’ ging voorbij en, zoals ik reëel gezien al dacht, er gebeurde niets. Even schoot er door mijn hoofd: wanneer gebeurt het dan? Inmiddels was Jeroen terug in Nederland, dus de dreiging daardoor ook heel dichtbij. Ik bleef maar denken dat dit niet bij Jeroen paste en dat hij waarschijnlijk onder druk zulke dingen had gedaan. Maar ik wilde dat zeker weten. Ik wilde in gesprek met hem om te zien hoe hij erbij zat en wat hij zei. Ik kende hem immers door en door en wist aan zijn houding en zijn antwoorden of hij het meende. Mijn collega’s vonden dat ik niet bij het gesprek aanwezig moest zijn. Ze hadden gelijk; ik was nog te vol van de situatie.

Consequenties

Een collega is samen met mijn leidinggevende in gesprek gegaan met Jeroen. Ze hebben hem flink aan de tand gevoeld en laten weten dat wat hij heeft gedaan totaal niet getolereerd wordt en dat er aangifte zou worden gedaan. Bij terugkomst hebben ze aan mij verteld hoe hij erbij zat en wat hij zei. Ik wist gelijk: dit is niet wat hij zelf  wilde doen, hij is onder de indruk, heeft spijt en was onder invloed van zijn moeder. Dit maakte dat de dreiging die ik voelde, gelijk weg was. Maar het maakte niet dat ik dit gedrag zomaar accepteer. Ik heb aangifte gedaan en hij zal op een passende manier gaan leren dat je je zo niet hoort te gedragen en dat dit gedrag consequenties heeft.

Het komt binnen…

Gek genoeg ben ik nooit boos geweest op Jeroen. Wat mij pijn deed, was de manier waarop onze intensieve samenwerking werd verbroken. Ik heb hem tien jaar lang mogen begeleiden. En dan krijg je toch onverwacht ‘stank voor dank’. En dat komt binnen, héél hard…

Mirjam, jeugdbeschermer

Natuurlijk is er in verband met de privacy een andere naam gebruikt in dit praktijkverhaal | Foto: Pixabay


Lees ook onze andere praktijkverhalen op onze website

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags