telSpoed & crisis
maatschappelijk

Maatschappelijke legitimatie blijft ons uitgangspunt

#opinie

Borging van de rechtspositie van jongeren en ouders, meer specialistische kennis in de vrijwillige hulpverlening en meer tijd en ruimte voor professionals. Daarvoor pleiten de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) en de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in het advies ‘Intensieve vrijwillige hulp, heldere grenzen aan drang in de jeugdzorg’.

De jeugdbeschermingsorganisaties hebben dezelfde uitgangspunten. Daarom hoop ik niet dat we na dit advies in een kramp schieten en de jeugdbescherming enkel in het gedwongen kader plaatsen en dus buiten het vrijwillig kader. Daarmee zouden we het kind met het badwater weggooien. De expertise van jeugdbeschermers op het gebied van onveilige gezinssituaties in een vroegtijdig stadium kan escalaties en uithuisplaatsingen juist voorkomen.

Maatregelen

Jeugdbeschermingsorganisaties, de zogenoemde Gecertificeerde Instellingen (GI’s) voeren de maatregelen uit die de overheid via de kinderrechter oplegt. Dat kan een ondertoezichtstelling zijn, een voogdijmaatregel of jeugdreclassering. De jeugdbeschermingsorganisaties kunnen daarnaast hun expertise inzetten bij gezinnen waar het niet goed gaat, maar waar een maatregel (nog) niet nodig lijkt. De bedoeling van de Jeugdwet is gezinnen vroegtijdig helpen zodat ingrijpen van de overheid zoveel mogelijk voorkomen kan worden.

Maatschappelijke opdracht

We zien het als onze maatschappelijke opdracht om onze kennis en expertise in te zetten waar die kan helpen. Dat doen we op verschillende manieren. Van consult en advies tot het meegaan op huisbezoeken. Jeugdbeschermers weten hoe je gezinspatronen, die de onveiligheid in stand houden, kunt analyseren en welke zorg nodig is om die patronen te doorbreken. Jeugdbeschermers werken in een team met gedragswetenschappers waardoor het kennisniveau wetenschappelijk en kwalitatief geborgd is.

Intensieve vrijwillige hulp

Deze hulp in het ‘vrijwillig kader’ wordt ook wel drang of preventieve jeugdbescherming genoemd. Volgens de RSJ en de RVS zijn dat verwarrende begrippen voor ouders en jeugdigen omdat hulp, mede door die noemers, gemakkelijk het karakter kan krijgen van dwang, alleen dan zonder maatregel. De RSJ en RVS adviseren daarom om te spreken van intensieve vrijwillige hulp. De raden doen bovendien aanbevelingen om het onderscheid tussen vrijwillig en gedwongen duidelijker aan te geven.

Reflecteren

De aanbevelingen van de RSJ en RVS zijn waardevol. Wij moeten deze, samen met onze opdrachtgevers, het Rijk en de gemeenten, ter harte nemen. De jeugdbeschermingsorganisaties en hun jeugdbeschermers kunnen hun kennis en expertise nog beter inzetten, sámen met de wijkteams. Bovendien moeten we continu blijven reflecteren op wat we doen en moeten we naar ouders en jongeren heel duidelijk zijn over waarom we iets doen en wat de positie van de ouder en de jeugdige is.

Vrijwillig versus gedwongen

We moeten echter niet doorslaan en rigide onderscheid gaan maken tussen vrijwillige en gedwongen hulp en de jeugdbeschermers alleen in het gedwongen kader laten werken en niet meer in de preventieve sfeer in te zetten. Het werk dat jeugdbeschermers nu doen in ‘de intensieve vrijwillige hulp’, heeft de afgelopen jaren veel opvoedsituaties veiliger gemaakt, zonder dat de overheid met een rechterlijke maatregel hoefde in te grijpen. Dat werk moeten we blijven doen. Jeugdbescherming is een vak en wij voelen het als onze plicht om onze kennis zo vroeg mogelijk in te zetten, zodat we gezinnen waar kinderen niet veilig kunnen opgroeien, op tijd, transparant, met respect voor de (kwetsbare) positie van ouders en kinderen, en met de juiste expertise, op de best mogelijk manier kunnen helpen.

Astrid Rotering – Raad van Bestuur, Jeugdbescherming west

 

Foto: Jeugdbescherming west


 

Lees ook onze andere verhalen

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags