telSpoed & crisis
jeugdzorg

Mag het je als hulpverlener ook wat kosten? | Crisis Interventie Team

#crisis interventie team

Ik ben hulpverlener. Dat zegt iets over mij, over wie ik ben en wat ik wil zijn. Ik wil graag de ander helpen om verder te komen in het leven. Het zegt ook iets over waar ik mij goed bij voel: in het bijstaan van anderen vind ik voldoening. Anders gezegd: het helpen van anderen levert mij ook iets op. Soms lukt dat, maar helaas soms ook niet.

Ik herinner mij nog heel goed mijn eerste huisbezoek. We werden gebeld door de huisarts en door de school of we alsjeblieft aan wilden sluiten bij een gesprek. Het ging niet goed thuis met Diana. Haar gedrag was niet meer te handhaven. Er waren grote zorgen. Tijdens het gesprek bleek al gauw dat de moeder van Diana het inderdaad niet meer aankon. Haar dochter had volgens haar zulk raar en agressief gedrag dat het thuis niet meer veilig was voor haar andere kinderen. De ouders waren er helemaal klaar mee. Ze konden, na een leven lang hulpverlening te hebben ontvangen voor Diana, niet meer meewerken aan de in te zetten therapie en willen eigenlijk uit het gezag ontheven worden. Diana, die al meerdere periodes in haar leven niet thuis had gewoond, moest weer weg. Ze stonden niet meer in voor de veiligheid van Diana en haar jongere broertjes.

Daar zaten we dan als hulpverleners, mijn collega en ik. Na lang praten, werd wel duidelijk dat het ons niet ging lukken om Diana die avond nog bij haar ouders te laten. De ouders waren zo geëmotioneerd dat er alleen nog maar verwijten en beschuldigingen geuit konden worden. Alles wat Diana deed was fout en ze werd met elke zin meer en meer gediskwalificeerd en weggezet als zondebok. Het raakte ons diep en met pijn in ons hart hebben we haar die avond meegenomen. Toen we haar bij de opvanggroep achterlieten hadden we beiden een knoop in onze maag.

Dit patroon van diskwalificatie zette zich in de periode daarna voort. De gouden regel bij kinderen met hechtingsproblemen, want die had Diana, is om goed en positief gedrag groot te belonen en negatief gedrag zo klein mogelijk houden (voor zover daarmee natuurlijk de veiligheid niet in gevaar komt, want dan moet je wel reageren). De ouders van Diana draaiden deze regel eigenlijk een beetje om. Elke toenadering die vanuit positieve intenties door Diana werd gedaan, werd negatief gelabeld. Elke misstap werd fors uitvergroot. Hoe harder Diana haar best deed om op haar manier toenadering te zoeken, hoe verder zij juist af kwam te staan van haar ouders. We waren vanuit de hulpverlening niet in staat om dit te veranderen. De ouders stonden het gesprek hierover niet toe, laat staan dat we er met hen hulp en therapie voor konden zoeken.

Mijn docent systeemtherapie zei eens: ‘Er is altijd een goede reden waarom de dingen gaan zoals ze gaan.’ Zo ook hier. In de maanden die volgden en Diana niet thuis woonde, hebben we steeds het lijntje met haar moeder vastgehouden. Stukje bij beetje mochten we meer raken aan het diepe en intense trauma dat deze moeder had doorgemaakt. Hoe meer we haar spraken, hoe meer verdriet en pijn er naar bovenkwam. Dat kon en wilde zij echter niet toelaten. Als zij zou toestaan dat dat besproken zou worden, zou zij de controle over haar leven kwijtraken. En na jaren van pijn en afwijzing was dat nu net wat ze had bereikt, controle en een redelijk gelukkig leven met haar man en de andere kinderen. Dat mocht en kon ze niet op het spel zetten met het risico dat ook nog te verliezen.

Vanuit dat trauma lukte het moeder niet meer om aan te kunnen sluiten bij haar dochter en haar gedrag te duiden. Haar eigen socialisatie zat haar in de weg. Onbewust en zeker ongewild duwde ze daarmee Diana steeds verder van haar weg. Het gedrag van Diana riep bij haar een tegenovergestelde reactie op. Tegelijkertijd mochten we er ook weer niet te veel over zeggen en was zij niet bereid om naar haar eigen inbreng te kunnen kijken. Er was gewoon te veel kapot om dat nog te kunnen. Er restte ons niet meer om aan deze moeder en aan dit meisje nabijheid te bieden en een stukje mee te lijden. Niet medelijden hebben, daar hadden de moeder en Diana niet zo veel aan, maar veel meer mee lijden aan een zo’n ontzettend gebroken situatie.

Voor Diana was de uitkomst dat ze op een groep ging wonen en haar weg door het leven van daaruit moest gaan zoeken. Een patroon van het bij elkaar negatief gedrag oproepen werd daarmee deels doorbroken en verdere beschadiging van de ander werd hiermee een stukje voorkomen. Het betekende ook dat er fysiek en emotioneel meer afstand kwam tussen moeder en dochter en deze werd door beiden intens gevoeld. Hier kon geen verandering meer in komen en er ontstond een status quo. Het was zoals het was. Dit was de uitkomst voor nu en daar moesten zij, en wij, het mee doen.

Terugkijkend op de periode die wij als hulpverleners hebben opgetrokken met het gezin besef ik mij dat ik die als ontzettend zwaar heb ervaren. Als het goed gaat en er is een mooi happy end, is het een stuk makkelijker om positief terug te kijken en hulpverlener te zijn. Bij Diana was dat niet het geval. De door ons gewenste uitkomst werd niet gehaald. Diana zal moeten leren om het leven aan te gaan zonder daarbij altijd de onvoorwaardelijke steun van haar ouders te krijgen. Voor een kind dat bijvoorbeeld haar ouders heeft verloren, is dat al een zware opgave. Voor Diana, en al die andere kinderen die een grote rugzak met bagage met zich meetorsen, is dat zowaar zelfs nog moeilijker, bijna onmogelijk. Hoe ga je een ander vertrouwen als je zelf nooit geleerd hebt hoe dat te doen en het leven je alleen maar onveiligheid en afwijzing heeft gebracht?

Ik hoop van harte dat Diana en haar ouders mensen vinden in hun leven die het aandurven om met hen mee te lijden. Die samen die extra mile gaan en een klein stukje van de zware last die het leven hen gegeven heeft helpen dragen. Al is het maar voor even.

Mijn collega en ik hebben uiteindelijk overgedragen aan andere hulpverleners. Als we terugkijken, moeten we zeggen dat het ons best wel wat heeft gekost. Dat mag ook. Soms levert het werk veel voldoening en soms ook niet. Het meedragen van de gebrokenheid is dan part-of-the-deal. Voor ons leverde het bijstaan van Diana en haar moeder niet veel voldoening, bevestiging en een goed gevoel op. We mochten een heel klein beetje mee lijden en raken aan de door hen gevoelde pijn. Nu een jaar verder doet het terugdenken aan Diana en haar gezin gewoon nog zeer. Nog steeds…

Dirk, maatschappelijk werker Crisis Interventie Team

Natuurlijk is in verband met de privacy een andere naam gebruikt in dit praktijkverhaal | Foto: Jeugdbescherming west


Lees ook onze andere verhalen op onze website.

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags