telSpoed & crisis
jeugdzorg

Wat luisteren al niet kan doen

#praktijkverhalen

Ik ben in 2019 begonnen als jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming west. Na mijn introductieperiode waarin ik meerdere trainingen heb gevolgd, ben ik begonnen met het opbouwen van mijn caseload. Eén van mijn eerste gezinnen, was een gezin met meervoudige problematiek. Dit was dus een pittige binnenkomer. Dit gezin had eerst een andere jeugdbeschermer, maar helaas werkte dit niet goed en boekte hij geen vooruitgang. Hij kwam niet binnen bij het gezin; de klik was er niet.

Overgang gesloten naar huis

Het ging om een meisje van vijftien jaar en haar vader. Het meisje kwam net uit een gesloten omgeving en ging terug naar huis. Het was eigenlijk de bedoeling dat ze naar een open voorziening ging, maar er was nergens plek, dus was de beste optie om terug naar huis te gaan. Direct waren er zorgen, want in de gesloten voorziening ging het goed door de structuur die geboden werd, maar de overgang is natuurlijk enorm groot wanneer je vanuit de geslotenheid naar huis gaat. Het meisje zat dus thuis bij haar vader.

Contact maken en investeren

Het eerste wat ik deed, was contact leggen. Alleen de vader hield de boot af. Bellen, appen, mailen. Ik heb alles geprobeerd, maar er kwam geen reactie. Af en toe kwam er een reactie dat hij geen contact wilde, maar dat was het dan ook. En hierdoor werden mijn zorgen alleen maar groter.

Maar ik gaf niet op. Ik wist dat als ik dit gezin wilde helpen, dat ik dan contact moest krijgen met de vader en dat ik moest investeren. Ik heb dit gezin meerdere keren besproken met mijn collega’s in mijn team en advies gevraagd. Zij gaven aan dat ik op de goede weg was en dat investeren in contact nu het beste was.

Kleine stappen vooruit

De tijd tikte verder en er werden kleine stappen vooruit gezet. Soms kreeg ik een bericht terug van de vader en op een gegeven moment nam hij soms zelfs de telefoon op als ik belde. De gesprekken waren in het begin niet heel positief. De vader heeft een ernstige deuk opgelopen in zijn vertrouwen in de jeugdzorg door de gesloten plaatsing van het meisje. Hij was het er toen niet mee eens. Maar toch sprak hij zichzelf af en toe tegen omdat hij toch ook zag dat het meisje er baat bij had gehad. Waarschijnlijk had het ook meer te maken met de manier waarop dit is gebeurd. En daar kan ik natuurlijk niks meer aan veranderen.

Vanaf dit punt probeerde ik weer vooruit te kijken en kleine stappen te zetten zodat we elkaar gingen vertrouwen en we verdere hulpverlening in konden gaan zetten. In het begin was ik dus alleen aan het luisteren, ruimte aan het geven voor het gevoel van de vader en hem de kans te geven om zijn ongenoegen te uiten.

Zicht op veiligheid

Ik kreeg ook steeds meer zicht op het meisje doordat de vader mij steeds meer toeliet en ook vertelde over zijn dochter. De verhalen waren wisselend. De ene keer ging het goed, de andere keer minder. Het was dus voor mij nog lastig om de veiligheid in te schatten.

Bij een overleg met de school, hebben we elkaar dan eindelijk ontmoet. Ook hier heb ik mij weer heel terughoudend opgesteld, want ik merkte dat dit goed werkte. Ik luisterde en gaf de vader en dochter de ruimte om te praten. Ik wilde hiermee zeggen: we gaan dit samen doen, ik ga niet voor jullie bepalen, we doen het met elkaar.

De ‘klik’

Na het overleg op school sprak ik de vader over de telefoon en zei hij letterlijk. ‘Ik heb vertrouwen in jou en ik vind het goed dat je ons gaat helpen.’ Ik voelde dat ik iets had bereikt, dat ik iets kon betekenen. Dit was wat ik wilde. Ik wilde helpen, maar ik moest eerst investeren in ‘de klik’. En dat heeft gewerkt. Nu kon ik verdere stappen maken met dit gezin.

Ik merkte ook dat het vertrouwen groeide. Als ik een afspraak maakte, kwamen ze ook. Als ik telefonisch een gesprek had met de vader, vertelde hij ook eerlijk hoe het ging en ook als het niet zo goed ging. En als het echt goed fout ging, vertelde hij het ook.

Hulpverlening inzetten

Maar we waren er nog niet. Als ik voorzichtig opperde dat het goed zou zijn als we hulpverlening gingen inzetten, kwam gelijk die muur weer opzetten. Er was weliswaar inmiddels een beetje vertrouwen in mij, maar dat geldt niet voor het vertrouwen in de hulpverlening. Dat vertrouwen was nog ver te zoeken.

Inmiddels sprak ik de dochter soms ook apart. De vader liet dit inmiddels toe en ik bleef natuurlijk contact houden met de vader. De situatie was immers nog steeds erg zorgelijk. Een meisje van vijftien die niet naar school gaat, geen dagbesteding heeft en voornamelijk op straat zwerft, is niet normaal.

Zoektocht naar een school

Scholen wilde het meisje niet aannemen, wat we ook probeerden. Op een gegeven moment ging ze naar een tijdelijke schoolvoorziening voor jongeren die op hun middelbare school in de problemen zijn gekomen, of dus niet op een middelbare school zitten. Maar zij vond dit vreselijk en dus ging ze niet. Ze kwam niet uit haar bed, of ze zei dat ze ging, maar kwam daar nooit aan.

Op een gegeven moment heb ik aangeboden dat ik haar zou ophalen om naar de tijdelijke schoolvoorziening te gaan en dit vond zij, verbazingwekkend, een goed idee. Ze stond klaar en ging naar de voorziening. Als ik dan weer de verantwoordelijkheid teruggaf, ging dit helaas weer mis. Maar ook hier heb ik weer een positief punt uitgehaald, mij begon ze blijkbaar ook te vertrouwen en met mij kwam ze afspraken na.

Zorgen werden groter

Helaas werden de zorgen over dit meisje en dit gezin steeds groter. Doordat de vader alle hulpverlening weigerde, ging het ook steeds slechter met het meisje. Ze was alleen nog maar buiten, ging dealen en gebruikte zelf ook drugs en alcohol. Een meisje van vijftien jaar. Vreselijk. Op een gegeven moment praatten we over het uiterste redmiddel, een uithuisplaatsing. Iets wat ik echt niet wilde voor dit gezin en vooral niet voor het meisje. Ze heeft al zoveel ellende meegemaakt.

Uiteindelijk na heel veel gesprekken, kwam de vader tot inkeer. Hij stemde in met hulpverlening. Hier was ik blij mee. Ik wilde dit gelijk gaan regelen, maar helaas was daar weer die wachttijd. De hulp die je op dat moment hard nodig hebt, is er gewoon niet. Omdat er echt op dat moment hulp nodig was, was er voor de tussentijd wel een gezinscoach, maar dat wilde de vader niet. Hij wilde de ‘echte’ hulpverlening en geen tussenoplossing.

Escalatiemoment

Omdat de wachttijd te lang duurde, escaleerde de situatie weer. Ik ging met de vader en het meisje thuis in gesprek om afspraken met ze maken, om zo te kijken of we de wachttijd thuis konden overbruggen en we misschien niet over hoefden te gaan tot een uithuisplaatsing. Ik noemde de afspraken en het meisje reageerde nogal onverschillig; echt pubergedrag. De vader reageerde daar vervolgens nogal heftig op. Hij vond dat zij niet zo tegen mij mocht praten. Ik gaf aan dat het oké was. Dat ik blij was dat ze mij had aangehoord en dat ik er vertrouwen in had dat zij de afspraken zou nakomen.

Nadat het meisje was vertrokken naar haar eigen kamer, reageerde de vader behoorlijk emotioneel. Hij zei: ‘Hoe jij reageerde op mijn dochter, dat zou ik ook graag willen. Ik wil dit echt leren.’ De vader vertrouwde mij nu en daardoor durfde hij ook zijn kwetsbare kant te laten zien.

Investeren loont

Dit was het moment waarop ik had gewacht, waarop ik echt merkte dat mijn investeringen lonen. Ik gaf aan dat hij dit ook kon leren, dat ik geloofde dat hij het kon en dat we deze situatie konden verbeteren door nu al te beginnen met een gezinscoach. En het onmogelijke gebeurde… de vader stemde toe.

Willem, jeugdbeschermer

Foto: Jeugdbescherming west


Lees ook onze andere verhalen op onze website.

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags