telSpoed & crisis
jeugdzorg en bijna 18

Jeugdzorg en bijna 18: van kostenpost naar investering

#praktijkverhalen

‘Ik wil niet de hele tijd met mijn problemen en het verleden bezig zijn en daardoor met mijn rug naar de toekomst staan. Ik wil me ontwikkelen, mezelf kunnen redden en meedoen. Daarvoor moet ik naar school en een diploma halen. Vooruitkijken, dat wil ik. Dat klinkt voor heel veel jongeren normaal, maar voor mij is het dat niet. En ik ken bijna niemand voor wie het wel normaal is.’

Dit vertelde laatst een jongen van bijna achttien met wie ik in gesprek was. Hij woont in een instelling en is samen met zijn jeugdbeschermer al een tijd hard op zoek naar een passende vervolgstap. Wij bespraken samen de opties en kwamen erop uit dat hij prima zelfstandig zou kunnen wonen met begeleiding die regelmatig langs zou komen. Maar hoe krijg je dat geregeld? Hij heeft niet voldoende inkomen om iets te kunnen huren, geen steunend netwerk én geen passende woonruimte. Hij verblijft namelijk op een plek die niet meer bij hem past en waar andere kinderen op aan het wachten zijn die deze plek heel hard nodig hebben.

Sprake van meervoudige complexe problemen

Dit is slechts één voorbeeld van jongeren die zich in de overgangsfase van jeugdzorg naar jongvolwassenheid bevinden en tegen problemen aanlopen in de zorg en ondersteuning die zij ontvangen in deze fase. Helaas is dit voorbeeld niet de uitzonderingen op de regel. Vrijwel alle jongeren die achttien jaar worden en noodgedwongen uitstromen uit de specialistische jeugdzorg kampen met meervoudige complexe problemen. Zo ondervinden zij problemen op het gebied van huisvesting, onderwijs, werkgelegenheid, financiën en gezondheid. Daarnaast zijn er regelmatig psychische of psychiatrische problemen, trauma’s en in bijna alle gevallen is er ook sprake van hechtingsproblematiek. Vaak is ook nog eens de gezinsrelatie beschadigd, waarbij doorgaans één of beide ouders niet meer in beeld zijn. In relaties met anderen staan ze daardoor op achterstand en is het moeilijker een sociaal netwerk op te bouwen. Als je geen ‘eigen thuis’ hebt betekent dit, naast in sommige gevallen het letterlijk ontbreken van een dak boven je hoofd, ook het ontbreken van een thuishaven, persoonlijke (familie-)relaties en bindingen met anderen.

Volgens de laatste schatting van het CBS in 2016 zijn in Nederland maar liefst 12.000 jongeren dak- of thuisloos. Het aantal is in de afgelopen 5 jaar met 50% toegenomen. Van deze jongeren is 70% tussen de 18 en 23 jaar oud. Dak- en thuisloze jongeren zwerven van adres naar adres. Veel van hen hebben een jeugdzorg verleden, naast een geschiedenis in bijvoorbeeld de GGZ, verslavingszorg of het maatschappelijk werk. Bron: stichting zwerfjongeren Nederland. 

Op weg naar jongvolwassenheid

De overgang van jeugdzorg naar jongvolwassenheid, ook wel 18-/18+ genoemd, veroorzaakt nog steeds veel problemen waardoor we jongeren uit het oog verliezen of ze niet langer kunnen bieden wat ze nodig hebben. Deze problemen worden deels veroorzaakt door deze jongeren zelf. Na jarenlange jeugdzorg trajecten zijn zij namelijk ontzettend gemotiveerd om vanaf hun achttiende zelfstandig te acteren. Anders gezegd: ze willen het vooral zelf doen! Dat ze vanaf het eerste moment ook pech kunnen hebben, verwachten ze echter niet. Het gebrek aan persoonlijke aandacht en ondersteuning, het niet hebben van een goed en gezond netwerk, het hebben van een slecht imago en een omgeving die niet in je gelooft, maken dat deze jongeren met hun rug naar de toekomst komen te staan.

Kan dit ook anders?

Ik vraag mij af of dit niet anders kan. Hoe vergroten wij de kansen van deze jongeren zodat zij niet de zorgvragers van de toekomst worden? Het vraagstuk 18-/18+ staat landelijk hoog geprioriteerd op de agenda van gemeenten en organisaties die zich bezighouden met problematiek van deze jongeren. Er zijn ook plannen en initiatieven om dit soepeler te laten verlopen, zoals bijvoorbeeld het recente initiatief van de gemeente Den Haag: ‘Groen Links blij met meer woningen voor jongeren uit de jeugdzorg’. 

Wat ik vooral merk is dat er gelukkig vaak meer mogelijk is dan verwijzers en jongeren denken, zoals bijvoorbeeld ondersteuning vanuit de gemeente. Alleen komt deze kennis helaas nog onvoldoende bij de jongeren terecht. Daarnaast kost het in gang zetten van dit soort processen en trajecten op dit moment nog teveel tijd. Toch denk ik echt dat sterker samenwerken in de keten en elkaars kennis en slagkracht gebruiken goed kan bijdragen aan de oplossing van dit probleem.

Maar hoe is het met die jongen?

Hoe liep het af met de jongen waar ik aan het begin van deze blog over schreef? Zijn verantwoordelijke gemeente spande zich in om op integrale wijze (binnen de diverse wetten/domeinen die van toepassing waren) te kijken naar zijn situatie en een maatwerkplan te maken. Hierdoor lukte het om voor passend inkomen en begeleiding te zorgen. Samen met de jeugdbeschermer en de jongen zelf zijn zij op dit moment op zoek naar een passende woonplek. Mocht iemand trouwens nog iets weten in de omgeving Gouda dan hoor ik het graag. Wanneer er een woonplek voor hem is gevonden, gaat hij vanuit daar aan zijn toekomst bouwen. En het mooie is: hijzelf kan niet wachten!

Nicoline den Ouden, projectmanager Expertiseteam Complexe Zorg, regio midden- Holland

 


Foto: Pixabay

Lees ook onze andere praktijkverhalen op onze website

 

Reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief

Tags